Een fragment uit het hoofdstuk Surabaya, deel VI, Now and then.

Overdag, na de felste zonuren, lopen Robin en ik in stilte langs tientallen geschonden graven van onze familieleden. Alleen de tombe van mijn overgrootmoeder is nog intact. De grafsteen van mijn overgrootouders langs moeders kant is verzakt. Een nieuwe met Chinese inscriptie blijkt erbovenop gezet. Aan ruimen doen ze hier niet, ook al heeft mijn familie levenslang grafrechten.
Het ommuurde Ereveld Kembang Kuning tref ik in onberispelijke staat, toegewijd onderhouden door de Oorlogsgravenstichting. Daar pak ik traditiegetrouw mijn mijmermoment: de waanzin van oorlog op zoveel-duizend vierkante meter. Ik schud mijn hoofd en loop achter Robin aan die mij het grafmonument van een verongelukte vliegtuigbemanning wil laten zien. Onze Gojek drivers kijken ons na en schudden eveneens hun hoofd: alsof ze zich afvragen wat die rare belanda’s hier doen. Hun telefoons lichten op met nieuwe klanten. In colonne verlaten ze de begraafplaats met hun lawaaierige brommers en scooters. De stilte erna is van korte duur.
‘Waar blijven jullie nou?’ Patung pilot, het beeld van de treurende piloot, draait zijn hoofd in het schemerduister naar ons toe als we eerbiedig aanstalten maken om naast hem te zitten. Een geruststellende, knikkende blik als hij zijn hand verplaatst naar mijn schouder. Robin en ik kijken elkaar vol ongeloof aan.
De bewoners van de Christelijke begraafplaats maken met een sapulidi grafsteen en bank om te rusten schoon om vervolgens als witte hadji’s in het schimmenrijk te verdwijnen. Alsof de stenen piloot hen bezworen heeft ons vandaag met rust te laten.
Lang geleden stond er op de vermiste marmerenplaat: ‘Hier rust de bemanning van het vliegtuig D 26: Cornelis Wilhelmus Christiani, Valentin Jan Leder, Lambertus Jetten en Marthin Malo Pangandaheng. Zij vielen bij de vervulling van hun plicht op 14 april 1932.’ Na de revolutie gingen allerlei verhalen rond over het grafmonument. Het is inmiddels een urban legend geworden: volgens de overlevering verandert het beeld van de vliegenier steeds van houding. Social media staat vol van foto’s en filmpjes van nieuwsgierigen die dat willen vastleggen. Nu zitten we er zelf.
Robin checkt zijn rugzak. Waxinelichtjes en zijn gitaar stalt hij uit onder de oude boom naast het grafmonument met de treurende piloot. Ik kom naast hem zitten op de meegenomen sarongs. Spaarzame verlichting maakt een feeërieke sfeer op de begraafplaats die ik tot nu toe alleen overdag bezocht.
De allerarmsten en tegenwoordig ook de Gojek drivers wonen op of rond de begraafplaats. De bewoners duwen eetstalletjes naar hun vaste staanplaatsen. Onderwereld, nachtwerkers, noem het maar op, van alles vind je op deze Pasar Malam.
Verderop, richting de kindergraven, wonen hele families onder schamele omstandigheden. In de namiddag spelen zij in hun wit-rode schooluniformen, ’s avonds slapen ze erin.
‘Welkom in mijn wereld, Ralph.’
Schaapachtig lach ik. We kennen elkaar nog maar kort, maar we hebben geen woorden nodig om elkaar te begrijpen.
‘Ik weet hoe het voelt om zo te leven. Weet je dat ik er nog wel eens naar verlang? Niet weten waar je ’s avonds slapen zal. Je ziel uit je lijf zingen in de binnenstad, ook als het regent. Een blik van herkenning als mijn snaar iemand raakt? Kun je je voorstellen dat een luxepaard als ik, een poosje heeft geflirt met thuisloos zijn, op drift geraakt zijn?’
Ik zeg niets. Robin moet mijn verwarring hebben opgemerkt aan mijn vertwijfelende blik. Bevriezen, gevolgd door een kleine glimlach. Het confronteert me opnieuw met mezelf: de stilte als Erik een litanie van lijden over me uitstortte en ik geen vragen kon en mocht stellen, laat staan een mening hebben. De confrontatie met de buitenwereld was voor Erik een hel in zijn laatste levensjaar. ‘Let op je ademhaling’ werd mijn mantra. De maanden therapie lieten me weer verbinding maken met mijzelf, met mijn gevoel. Ik herpak me. Relaxt, dan weer ongemakkelijk, geef ik Robin een stevige omhelzing.
‘Life can be a hell for sensitive people.’ Ik hoor Eriks hese stem als ik zijn woorden herhaal.
Rauw/Rouw, het tweede boek van Patrick Wouters verschijnt najaar 2024 bij Brave New Books.
Ontdek meer van Senang producties
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.