Centraal-Java.
Alles heeft ritme.
Het landschap.
De dorpen.
De mensen.
Deze streek omarmt je.
Niet opdringerig.
Maar zoals een vertrouwde aanraking.
De avond valt hier nog altijd
zoals zij alleen in de tropen kan vallen.
Plotsklaps.
Alsof iemand het licht dimt
zonder eerst te waarschuwen.
Geen lange schemering.
Geen overgang.
Alleen de dag
die plaatsmaakt voor de nacht.
De krekels nemen het over.
Kikkers voeren het hoogste woord.
In de verte klinkt gezang.
En ergens tussen de vulkanen
zweeft de oproep tot gebed
over de desa’s.
Niet als onderbreking,
maar als onderdeel van hetzelfde ritme.
Alsof mens en landschap
hier al eeuwenlang
dezelfde maat slaan.
Ook de ochtend
kent haar eigen melodie.
Mijn biologische klok
loopt er moeiteloos mee gelijk.
Ik open de luiken.
Zet de ramen open.
Op het land wordt al gewerkt.
De geur van gebrand hout
drijft naar binnen.
Kinderen lachen
in een bergdorp verderop.
Hun stemmen,
gedragen door de wind,
lijken in harmonie
met alles wat al klinkt.
Soms kom je op een plek
die niets van je verlangt.
Geen haast.
Geen bestemming.
Alleen aanwezigheid.
Niets laat zich dwingen.
Misschien is dat
wat thuiskomen is.
Niet terugkeren
naar waar je vandaan komt.
Maar aankomen
op een plek
waar je even mag zijn.
Uit: Ik was daar nog even
Mijmermomenten – Patrick Wouters










