Vrijdagavond 13 februari 2026 lanceerde schrijver Petra Mast haar boek Mantelzorg met liefde en lef in Museum Rijswijk.
Petra Mast en ik kennen elkaar nog geen twee weken (!). Stadsdichter en gemeenschappelijke vriend Rick van der Rest legde de verbinding. Waarschijnlijk herkenden we in elkaar de vlotte pen en betrokkenheid bij betekenisvolle thema’s. Daarnaast beoefenen we hetzelfde communicatievak uit.
Toen Petra mij vroeg om Ik was daar nog even voor te dragen tijdens de lancering van haar boek Mantelzorg met liefde en lef, zei ik gelijk ja. Ik wilde dat graag voor haar doen en zocht daarbij nog twee passende #Mijmermomenten zodat ik aan het einde van de avond een drieluik kon voordragen.
Poëzie Lezingen geven en voordragen uit eigen werk doe ik sinds jaar en dag. Mijn poëtische mijmermomenten droeg ik voor het eerst voor bij Petra’s drukbezochte boekpresentatie. Museum Rijswijk, waarvan het voormalige woonhuis van de dichter Hendrik Tollens onderdeel uitmaakt, vormde het decor. Ik kon mij geen passender plek bedenken. Zoiets smaakt natuurlijk altijd naar meer. Hou de agenda in de gaten voor meer voordrachten!
Harry Donker maakte de persfoto’s. De foto hieronder maakte schrijver/journalist Annemiek van Moorst, die een mooi artikel over de boekpresentatie schreef voor Nieuwsblad Rijswijk.
Dank je wel Petra: heel fijn om aan het einde van de mooie avond mijn voordracht voor jou/jullie te houden.
Petra’s boek is onder meer verkrijgbaar via Boekscout en via Bol.com. Zie ook het artikel dat Petra schreef voor InRijswijk.
Ik was daar nog even Mijmermomenten Tussen kijken en schrijven: momenten waarin tijd vertraagd. Woorden op het ritme van herinnering. Een geïllustreerde bundel van Patrick Wouters.
Een voorpublicatie vind je op mijn website.
De #Mijmermomenten die ik vrijdag 13 februari 2026 voordroeg waren: Ik was daar nog even rest · reflection · recharge · reconnect
Bij het art deco affiche van Jan Lavies (Pasar Malam, Soerabaja 1930)
Lavies tekent een stad die zich aan de avond wil tonen. Lichtlijnen trekken bezoekers aan, een jaarmarkt van geur en vertoon, voorbijgaand geluk.
Kramen staan vrij in nachtlicht, zonder dak, als eilanden van handel, een labyrint van geur en stem.
En toch blijft iets hangen — niet alleen op papier, maar in de lucht van Surabaya. Tunjungan Plaza draagt het decor, glanzend, betonnen, luid. De kramen zijn vitrines geworden, de schaduw loopt over marmer.
Maar ergens tussen etalage en food court ademt het nog: het verlangen om samen te komen, om gezien te worden, om even te leven buiten jezelf. Lavies zou blijven kijken. Misschien niets begrijpen, maar toch: blijven kijken.
Soerabaja – Surabaya The poster by Jan Lavies (Pasar Malam, Soerabaja 1930)
Lavies draws a city eager to show itself at dusk. Lines of light attract the crowd, a fair of scents and spectacle, a fleeting kind of joy.
Stalls stand open in the night, roofless — islands of trade, a labyrinth of voice and spice.
Still, something lingers — not only on paper, but in the air of Surabaya.
Tunjungan Plaza wears the stage now, gleaming, concrete, loud. The stalls became vitrines, shadows glide across marble.
But somewhere, between food court and storefront, it still breathes: the longing to gather, to be seen, to live beyond yourself for a while.
Lavies would keep watching. Perhaps not understand — but still: keep watching.
Soerabaja – Surabaya (Bahasa Indonesia) Pada poster karya Jan Lavies (Pasar Malam, Soerabaja 1930)
Lavies menggambar sebuah kota yang ingin menampakkan diri saat senja. Garis-garis cahaya memanggil keramaian, pasar malam penuh aroma dan pertunjukan, kebahagiaan yang sebentar saja.
Gerai-gerai berdiri terbuka di malam hari, tanpa atap — pulau-pulau dagang, labirin suara dan rempah.
Namun sesuatu tetap tinggal — bukan hanya di atas kertas, tapi juga di udara Surabaya.
Tunjungan Plaza kini menjadi panggungnya, mengilap, dari beton, penuh gema. Gerai berubah menjadi etalase, bayangan meluncur di atas marmer.
Namun di suatu tempat, antara food court dan toko, masih ada yang bernafas: kerinduan untuk berkumpul, untuk terlihat, untuk hidup sejenak di luar diri.
Lavies akan terus memandang. Mungkin tak mengerti — namun tetap: memandang.
In Blora, waar stof en zon elkaar vinden tussen teakbomen en verlaten wegen, zag honderd jaar geleden een kind het daglicht, voorbestemd om de stem van velen te worden.
Pramoedya Ananta Toer schreef over wat voorbij leek, maar niet verdween. Over de onschuld van land en volk. Over liefde en verlies in tijden van onrust.
In datzelfde Blora werd mijn moeder geboren, op een augustusdag die later een dag van herdenking zou blijken. Haar eerste adem, zijn eerste woorden — twee lijnen die elkaar nooit raakten, maar toch verwant zijn in de aarde van verhalen.
Wat verdwenen is, blijft. In boeken, in stemmen, in de schaduw van bomen op de grond waar hun verhalen ontsprongen in de aarde der mensen.
Ode aan Pramoedya Ananta Toer (1925-2006), aan mijn lieve moeder Marijke Wouters-Pernet (1939), aan #Blora en #Indonesia. Bahasa Indonesia version under the photo’s.
Blora, Indonesia.Photo Pramoedya Ananta Toer by Marco van Bolhuis (Amsterdam, juni 1999).My mother (Marijke Wouters-Pernet), born in Blora, August 15, 1939. Photo made in Cepu.
Apa yang Hilang
Di Blora, di mana debu dan matahari bertemu di antara pohon jati dan jalan sunyi, seratus tahun yang lalu seorang anak melihat cahaya hari, ditakdirkan menjadi suara banyak orang.
Pramoedya Ananta Toer menulis tentang yang seakan pergi, namun tak pernah lenyap. Tentang kepolosan tanah dan rakyat. Tentang cinta dan kehilangan di masa penuh gelisah.
Di Blora yang sama ibuku dilahirkan, pada suatu hari Agustus yang kelak menjadi hari peringatan. Napas pertamanya, kata-katanya yang pertama — dua garis yang tak pernah bersinggungan, namun tetap terhubung dalam tanah kisah-kisah.
Apa yang hilang tetap ada. Dalam buku, dalam suara, dalam bayangan pepohonan di atas tanah tempat kisah mereka lahir dalam bumi manusia.