Voorbij 4 en 5 mei Over tot de orde van de dag De holle woorden van de hyprocriete herdenkingscultuur met vlag en wimpel in de kast ‘Nobele’ Nederlanders en andere integratiedeskundigen nemen ‘de ander’ nog even de maat Aan de bar of ergens anders laat
IS: Israëlische Staat Gijzelt de wereld decennialang Geen strobreed in de weg gelegd Bedient zich van dader-praktijken Maakt van Gaza één struikelstenenstad
Onvergeeflijke, moedwillige medeplichtigheid ‘Selling a colonial war’: door ons Koninkrijkje bedacht Over pakweg 80 jaar excuses verwacht
Terwijl rancuneuze, racistische, fascistoïde idioten, de wereld in de afgrond dreigen te storten, kijkt diezelfde wereld wederom weg bij de uitroeiing van een volk Vervagen rode lijnen Het ware gezicht Oorverdovende stilte Meten met twee maten Dubbele standaarden: ‘nooit meer’ geldt vast alleen hier en niet dáár
Het oordeel is geveld De laatste dagen van Gaza zijn geteld…
Uit: Onderweg | Auteur: Patrick Wouters Hoofdstuk Oorlog en vrede • Tweespraak tussen Erik en Ralph. Work in progress. Onderweg is het opzichzelfstaande vervolg op Rauw/Rouw
Gefocust en vastberaden loop ik langs de massa op weg naar de bosrand van het Haagse Malieveld. Aan de buitenkant zie je op het eerste gezicht niets aan mij. Het afgelopen jaar trapte mijn lichaam vaker op de rem als ik dreigde over mijn grenzen heen te gaan. Ik trad ze blijkbaar met grote voeten. Gelukkig is er telkens rust, stilte en mijn pen.
Om safe en sane te blijven in deze waanzinnige tijden, leer ik steeds beter mijn energie te verdelen. Met hulp van buiten. Ik beperk me tot mijn cirkel van invloed. Trekken aan dode paarden probeer ik al een tijdje niet doen. Kiezend voor nieuwe verbindingen. Maar ben er nog lang niet: dat heeft invloed op mijn stap naar buiten. Betekenisvolle dagen laat ik liefst aan mij voorbijgaan. Geef er er een eigen draai aan. Sowieso ben ik net als een van mijn romanpersonages helemaal klaar met de Nederlandse verdeel-en-heers-herdenkingscultuur, de-dubbele-standaarden rond ‘Nooit meer…’ Holle woorden rond 4 en 5 mei en 15 augustus. #ikherdenk al jaren op een eigen manier. En gelukkig zie ik nieuwe generaties opkomen met hoopvolle verrijkende, verbindende en verreikende initiatieven. Waar vragen worden gestelde en wetkelijke interesse in de ander is. Zondagavond 4 mei aan de Koekamp in Den Haag was zo’n initiatief. Ik ben blij erbij te zijn. Een alternatieve, inclusieve herdenking georganiseerd door onder meer dappere collega Rijksambtenaren. Een waardige en waardevolle herdenking die me hoop geeft en nieuwe moed. Meer dan een alternatief op het decennialang gehanteerde narratief. Om stil van te worden in tijden waarin stilte helaas ook oorverdovend kan zijn. Never again means never again. Nooit meer is nu.
[…] ‘Ja! Tuurlijk!’ Zonder aarzelen beantwoord ik Robins voorstel om deze avond en nacht samen onze doden te herdenken, me niet realiserend wat hij daar eigenlijk mee bedoelt. In Indonesië ben ik ieder gevoel voor plaats en tijd kwijt. Hier is het al zaterdag 4 mei. Robin blijkt zo zijn eigen rituelen te hebben rond betekenisvolle dagen. 4 mei en 15 augustus, Allerzielen en Allerheiligen zijn daar onderdeel van.
Zelf ben ik allang klaar met die hypocriete collectieve Nederlandse herdenkingscultuur, gespeend van iedere inclusiviteit. Leren van het verleden? Ho maar. Meten met twee maten, dubbele standaarden hanteren en ‘nooit meer’ geldt vast alleen hier en niet dáár. De stilte, de oorverdovende, verontrustende stilte als het gaat om de praktijken van de Israëlische regering in Gaza: ik trek dat gehuichel niet meer. Silence is violence. Mijn activistische hart slaat over. Juist nu komt het erop aan om tegen de stroom in van verbindende betekenis te zijn. Of ik dat nog wil, is een tweede: het hypocriet gewauwel is te ver doorgedrongen tot alle haarvaten van onze samenleving.
Maar goed, dit momentum is een uitgelezen kans om de ontluikende vriendschap met Robin meer diepgang te geven. Na onze eerste twee ontmoetingen bleek dat we meer met elkaar gemeen hebben dan we zelf voor mogelijk hielden.
Mannen onder elkaar, Surabaya, zaterdag 4 mei. Dat we uitgerekend deze dag verzeild raken op de plek waar veel van onze familieleden een laatste rustplaats vonden tussen 1920 en pakweg 1960, is geen toeval. […]
[…] Het ommuurde Ereveld Kembang Kuning tref ik in onberispelijke staat aan, toegewijd onderhouden door de Oorlogsgravenstichting. Daar pak ik traditiegetrouw mijn mijmermoment: de waanzin van oorlog op zoveel-duizend vierkante meter. Ik schud mijn hoofd en loop achter Robin aan, die mij het grafmonument van een verongelukte vliegtuigbemanning wil laten zien. […]
Fragmenten uit Rauw/Rouw, Deel VI Now and then, hoofdstuk #Surabaya. Het pure verhaal over het verlies van een vriend en de zoektocht naar wat daaraan voorafging. Meer info via link in bio.
Vrijdag 13 september 2024 vierden familie, vrienden, bekenden, collega’s etc. het leven van cineast Pim de La Parra. Meneer Pim overleed op 6 september in Paramaribo op 84-jarige leeftijd.
Voorjaar 2022 Pim de La Parra en ik hebben e-mailcontact over de totstandkoming van zijn onvergetelijke, iconische film Wan Pipel, één van mijn lievelingsfilms. De Surinamepassages uit mijn debuut Vlucht in de werkelijkheid (2022) en uit het opzichzelfstaand vervolg Rauw/Rouw (2024) zijn geïnspireerd op zijn meesterwerk. Mijn eerste boek schreef ik voorjaar-zomer 2022 af in Suriname en het eindigt ook daar. Mijn eigen slenteren door de oude stad droeg daar mede aan bij. Tussen 2016-2024 verbleef ik voor vakantie of langere tijd wonen en werken in de stad (Combé).
Meneer Pim, zoals ik hem later durfde te noemen, vond het eerst maar een gekunsteld idee om via het verhaal van ‘ene Jim’, een ode aan Wan Pipel te brengen. Althans, dat was zijn reactie op mijn synopsis en vragen aan hem. Ik moet zeggen dat ik ook nog zoekende was hoe ik een ode aan zijn film kon brengen. Zijn e-mails waren direct en duidelijk en ja hij had voor 100% gelijk en ik ook 😉. Het bleek uiteindelijk eenvoudiger dan ik dacht en ik ben blij dat ik vastgehouden heb aan het eerste, rudimentaire idee: laat het personage waar het om gaat zelf vertellen waarom hij van Suriname houdt. En zo geschiedde. Jim, de vader van hoofdpersoon Erik, hield van zijn land, net zoals Roy Ferrol dat deed.
Dagboek december 2022: ‘Grappig ontmoeting’ Op verschillende momenten van de dag zie ik hem buiten wandelen: een krasse tachtiger. s-Avonds met een veiligheidshesje aan. Kuilen in de weg en wat door moet gaan voor stoep, zorgvuldig mijdend. Overdag, slenterend langs de kant van de weg. Auto’s behendig uit de weggaand. De abominabele kwaliteit van het wegdek geeft fijntjes de stand van het land weer. Op de een of andere manier ontroert het me als ik hem zie: ergens op een terras, jaren geleden bij Buitengewoon, of gewoon, slenterend ergens door de stad en mijn eerste jaren in SU, zelfs op de fiets.
Een week voor Kerst 2022 durf ik meneer Pim aan te schieten op de Verlengde Mahonylaan in Paramaribo. Hij komt net van Rita’s Rotishop. Ik stel me aan hem voor en spreek van ons e-mailcontact. Een vriendelijke blik van herkenning. De La Parra woont alweer sinds mensenheugenis in zijn geboorteland. Hoewel Wan Pipel hem in 1976 financieel de kop kostte, is de eerste Surinaamse speelfilm nog steeds immens populair. Nog even hartstochtelijk vertelt hij over zijn film en beantwoordt hij trouw en zo gedetailleerd mogelijk al mijn vragen over de totstandkoming van zijn film. Ik ben blij dat hij mijn boek wil aannemen, dat enkele dagenervoor van de persen kwam. Hij bedankt me gelijk per e-mail voor de ‘grappige ontmoeting’ en zorgvuldig beschrijft hij de weg naar zijn ‘kabouterhuisje’ en hoe ik het boek voor hem in de brievenbus moet doen (hij woont achter ons 😉
Vrijdag 13 september 2024 Na een intensieve en emotionele studiedag, krijg ik in de vroege avond het seintje op mijn telefoon dat de stream van de ceremonie om de La Parra’s leven te vieren begint. Zoveel liefde vult de ether en met een lach en een traan ben ik getuige van wat Pim de la Parra betekent voor zovelen en ook voor mij.
Met een glimlach bekijk ik na afloop de vele e-mails die ik tot voor kort van hem kreeg in zijn onmiskenbare lettertype (Palatino Linotype 16pt, kleur blauw). Van formeel afstandelijk, tot enthousiasmerend en inspirerend gaf hij niet alleen antwoord op mijn vragen, maar deelde adressen van personen die ik voor de Surinaamse boekpresentatie (februari 2023) kon uitnodigen en nog veel meer. Zijn columns, filmtips, boekentips, foto’s, artikelen, presentaties en de trots-op-zijn-dochters: hij deelde veel, tot het stil werd. Ik miste zijn ‘nieuwsbrieven’. De aanhef van de e-mails die ik kreeg zag er meestal zo uit:
Aloha lievebeste familie & bestelieve mati, Aloha bestelieve & lievebeste movie mati, buku-mati, Aloha geachte heer Patrick Wouters ## VOOR PATRICK, zoals toegezegd in mijn zojuist verzonden brief. + Dank voor uw reactie & veel succes met uw boek “Vlucht in de werkelijkheid”
Ciao Ciao, Pim Sr.Jr.
Tot slot Ik ben zo vrij te eindigen met een fragment dat ik zo typerend vind voor deze intrigerende man. Velen zullen er vast iets in herkennen:
Aloha geachte Patrick Wouters,
U maakt het zich met uw romanverhaal veel te moeilijk, stel ik opnieuw vast na lezing van uw samenvatting. Een ervaren ‘editor’ bij een literaire uitgeverij zou dat hoogstwaarschijnlijk direct kunnen bevestigen. + Als ik u was zou ik het verhaal sterk vereenvoudigen, om versnippering te voorkomen. + Omdat hij zijn gezin verlaat lijkt Jim me nogal egoïstisch & daarom niet zo sympathiek. Heeft hij misschien een onbewust identiteitsprobleem? Wat is er precies met hem aan de hand? Wordt hij verscheurd door een innerlijk conflict? Dat vroeg ik me onwillekeurig af bij het lezen van uw resume. + Ook zie ik niet dat het voor uw verhaal enige meerwaarde oplevert om Jim als toeschouwer of figurant opnamen van WAN PIPEL te laten bijwonen. Dat lijkt me eerder ‘versplinterend’ te zullen uitwerken. # Maar goed, het is uw verhaal! + WAN PIPEL is ‘eeuwig’ actueel & relevant, omdat de mensheid niet zonder racisme schijnt te kunnen leven. De film heeft verder geen ondertitel nodig; WAN PIPEL zegt alles & dat is genoeg.
De schrik zit er goed in bij Surinamers die ik spreek na de uit de hand gelopen protestacties in Paramaribo. Wat aanvankelijk op een gemoedelijke massademonstratie tegen de regering Santokhi-Brunswijk leek, mondde in een vloek en een zucht uit in een brute orgie van dierlijk vernielingsgeweld. Ongekend voor Surinaamse begrippen: het spook van de staatsgreep van 25 februari 1980 stak de kop op. Voor even.
Just another Friday Die vrijdagochtend 17 februari 2023 begon voor mij zoals de meeste vrijdagen: vroeg op pad. Het centrum van Paramaribo is nietsvermoedend stil en toch gebeurt er van alles om mij heen. Her en der komen uit verschillende straten groepjes mensen met vlaggen, onderweg naar het Onafhankelijkheidsplein. Nabij het Presidentieel paleis en de Nationale Assemblee. Als we langs het gerestaureerde gebouw van het Surinaamse parlement rijden krijg ik een visioen van rook en brokstukken. In mijn dagdroom is het pas gerestaureerde gebouw vernield. Schouderophalend ontbijtt ik bij Combé bazaar, drink koffie bij mijn favoriete Jazz café om vroeg in de middag een powernap te doen. In mijn droom lijk ik in een veldslag verzeild. Word wakker van het geluid van helikopters en sirenes. Mijn Tour of Duty droom is werkelijkheid. Vanaf dat moment ontploft social media totdat de regering de toegang ertoe blokkeert. Mensen jutten elkaar op en maken elkaar bang met allerlei screenshots en filmpjes. Plundervideo’s worden grif gedeeld. De ene bevolkingsgroep fulmineert tegen de ander: Hindoestanen versus creolen (‘koeli-blakaman’) Als de rust lijkt teruggekeerd en de stad zijn wonden likt, loop ik vlak voor zonsondergang naar de Palmentuin. Ik MOET proeven hoe de sfeer is. Al is het alleen maar om alle escape routes te kennen: een aantal straten is afgesloten. De Wakapasi (wandelpromenade bij de Palmentuin) is dicht. De laatste cabana die open is sluit de luiken: ‘We moesten dicht. Maar ik wilde mijn gasten nog niet wegsturen. De sfeer was grimmig vanmiddag. Een meute woestelingen trok aan ons voorbij. Ik wil nu naar mijn kinderen.’
The day after Zaterdagochtend napraten met vriendin T. Regering en politie zijn compleet overvallen. Maar hoe kon je dit niet zien aankomen? ‘De vice-president had garen kunnen spinnen bij de apathie van de grote misleider’, zoals zij Chan placht te noemen. ‘Maar ja, die is te dom. Die wil je zelf niet als vakkenvuller bij Choi’ s aannemen.’
Zonder woorden. President en Vice-president ‘united‘ tijdens de persconferentie. Bron foto: Facebook.
Obligaat geblaat Politici in binnen-en buitenland (gespeend van enige empathie) buitelen over elkaar heen om de aanval op de democratie te veroordelen en repressief op te treden. Maar niemand staat stil bij het waarom van deze wanhoopsdaad. Het water staat de mensen aan de lippen. Het is nog nooit zo erg geweest. Dat is wat ik zie en te horen krijg: ‘Hoe kun je stelen van je eigen volk?’ ‘Suriname is een kleptocratie.’ ‘Failed state. Dat zijn we. Ik wil dat van jou niet horen. Maar ík mag het zeggen van mijn man.’ De mensen die ik spreek zijn in mijn bijzijn meer uitgesproken en feller in hun oordeel dan ik gewend ben. Als we zondag de stad uit willen om de hectiek van deze tijd te ontvluchten, blijkt dat het ook die dag niet mogelijk is om te tanken. Files van auto’s en mensen met jerrycans. We blijven in de stad.
A new dawn Maandagochtend rond kwart voor zeven loop ik langs de oudste rotizaak van Combé. Het is stil. De scholen zijn dicht. Geen drommen scholieren die een ontbijtroti halen. Geen dubbel geparkeerde auto’s van ouders of werknemers op weg naar hun werk.
‘Dag meneer. Hoe gaat het met u?’ Ik antwoord zoals ik moeders en haar zonen iedere ochtend begroet: ‘Rustig. Rustig. Alles goed.‘ Mijn vegetarische roti staat al klaar. Zonder grote rotiplaat dit keer. ‘Even voelen hoe het vanmorgen gaat meneer. Mogen het ook twee kleintjes zijn. We weten niet hoe de zaken vandaag gaan lopen?’ Ik knik en zie voor het eerst angst in zijn ogen. Of is het gewoon bezorgdheid? ‘Voorzichtig meneer. Fijne dag meneer. Voorzichtig hoor.’
In Paramaribo blijven de rolluiken voorlopig dicht. Dat is het beeld wat ik nu zie, slenterend door de binnenstad. De abominabele kwaliteit van het wegdek geeft fijntjes de stand van het land weer. De kloof tussen de elite en de have-nots lijkt groter dan ooit.
Afgaande op offline en online reacties, verdragen veel Nederlanders het woord tribunalen niet. Nee, we houden liever parlementaire enquêtes of ondervragingscommissies. Bieden achteraf ‘graag’ excuses aan. Want we verantwoorden ons liever achteraf. Vallen liever over woorden en uitspraken dan gedrag en acties. En gaan over tot de orde van de dag…
Weer missen we de boot. Anticiperen we nergens op (net als bij de aankondiging van de USA Afghanistan te verlaten). Test- en priklocaties en personeelsbestand zijn afgelopen periode in allerijl afgebouwd. Om plaats te maken voor neuzelbeursen, vlooienmarkten en pasar malams. En weer moet er allerhaast opgebouwd worden. Is Nederland wéér het laatste met boosterprik (“Te weinig, te laat” aldus de Tweede Kamer). Ook al is vaccineren niet dé oplossing alleen om uit deze crisis te komen; gevaccineerden besmetten ook anderen. Om over het formatiecircus maar niet te spreken.
Wanneer wordt deze pandemie als een crisis gemaneged? Stoppen we met polderen en paniekvoetbal? Kleden we de zorg aan in plaats van uit? Ik werk zelf bij de Rijksoverheid, maar val van de ene verbazing in de andere: hoe kan je als ambtenaar meewerken aan reactief zwabberbeleid?
Ik begin mensen te begrijpen die het demissionaire Kabinet wakker willen schudden: tot de orde willen roepen. Deskundigen, virologen en OMT- leden buitelen over elkaar heen aan talkshowtafels met wisselende en telkens veranderende boodschappen. Het ene naar het andere advies lekt uit en wordt de wereld in geslingerd door een stuurloos en oververmoeid kabinet. Iedere geloofwaardigheid is zoek. Er is een toekomstvisie nodig, want we zullen moeten leven met dit soort virussen. Dit vraagt om een brede coalitie van deskundigen die niet alleen op aantal besmettingen en ziekenhuis/ICT-capaciteit stuurt.
Misschien moet het demissionaire kabinet eens niet als ‘virusontkenner’ handelen. Of om met De Speld te spreken: “Het kabinet erkent te late ingreep maar belooft te vroeg te versoepelen.”
Een geweldige videoproductie van Roel Maalderink – Plakshot. Briljant!
Boosteren van ons immuunsysteem is investeren in jezelf. In jouw eigen levensstijl; goede en gezonde voeding betaalbaarder maken; en betere voorlichting over een healthy lifestyle.
Namasté zeg ik als collega B nadert om mij de hand te schudden. “In onze cultuur schudden we elkaar de hand, Patje.”. “In Jouw cultuur wassen ze geen handen na het plassen vriend.”
We schieten in de lach. Zo gaan wij al jaren met elkaar om. Wij respecteren elkaars wijze van begroeten: jouw vrijheid is mijn vrijheid. Ik schud geen handen meer. Mijn naasten, geliefden, familie, vrienden: ze krijgen een hug van mij. Een echte brasa. En die drie zoenen op de wang : please no! Op kantoor is het druk. Veel te druk naar mijn smaak. Files op de weg en bij de liften. Fijn om alle bekende gezichten te zien. Nou vooruit: een boks of een rechterelleboog dan.
Cartoon van Jip van den Toorn. Copyright De Volkskrant
Ik ben niet bang voor Covid19. Wel huiverig voor het gedrag van mijn medemens. Moet meteen denken aan dát mens dat mijn moeder in de supermarkt uitkafferde omdat zij te traag zou zijn en dat het mijn moeders schuld was dat zij nu een mondkapje droeg en nergens meer heen kon. Aan vuige demonstranten die tegen de coronamaatregelen en vaccinaties zijn en doodleuk met galg en Davidster rondlopen. En onzin rond bazuinen over medische apartheid. Coronaontkenners etc. Maar ook aan ophitsende nationale en internationale politici die van polariseren, haatzaaien, fake news en desinformatie verspreiden een levensmissie maakten. Om over wat momenteel gaande is in de zorg maar te zwijgen. Ik ben er klaar mee.
Wat een afgelopen 1 ½ jaar. Na die gesel van persconferenties, gespeend van iedere vorm van empathie. In een taal en op een toon alsof we debielen waren. Schoolmeestersjargon. Na ruim anderhalf jaar onnavolgbaar, reactief zwabberbeleid, maak ik de balans op en trek mijn eigen plan. Het zal ook voor bewindspersonen en ambtenaren even slikken zijn. Het KPGM-rapport, de reconstructies en onderzoeken naar het Nederlandse coronabeleid door onder meer Nieuwsuur. Ik denk nog steeds aan de verontwaardigde schijnheilige reacties toen BIJ1’s Sylvana Simons sprak van beleid waarbij doden vielen. Maar goed. Ga er maar aanstaan. Het is duidelijk dat Nederland de maatregelen veel te vroeg losliet. En je vraagt je af: luistert dit demissionaire kabinet überhaupt wel naar deskundigen of naar het Parlement en de eigen burgers?!
Zelf heb ik al lang afgewogen af wat ik behoud of niet. De balans opgemaakt wat de afgelopen periode voor mij betekende. Mijn kring weet waarom ik een mondkapje draag op drukke plaatsen. In heel veel landen is het ook geen enkel probleem. Wij Nederlanders zijn toch een vreemd en zeikerig volk. Geef ons regels. Geen adviezen.
Elkaar de ruimte geven en gunnen. Letterlijk en figuurlijk. In de supermarkt, in het verkeer etc. Ik was erg blij met de stickers op de grond, de looprichtingen etc. En ook de algehele hygiënemaatregelen in supermarkten en restaurants bevielen mij. Terug naar het oude normaal hoeft voor mij niet. De natuur kon op adem komen. Helaas: het milieu en het klimaat zijn weer onderwerp van doorschuiven naar volgende generaties. En wij? Wij vallen terug op pré-coronagedrag.
Ook de grens van mijn ruimdenkendheid komt aardig in zicht. Ging ik tot nu toe bevlogen het gesprek aan, tegenwoordig zet ik alleen nog maar mijn bril van verwondering op. Een gesprek tussen uitersten: spreken voor dovemansoren. De ophef over het coronatoegangsbewijs. Ik snap het niet. Je hebt wel degelijk een keuze. Drie zelfs. Maar gevaccineerd met klachten en niet laten testen is net zo dom en onverantwoord als je meteen gaat dansen met Jansen. Gevaccineerd zijn is geen vrijbrief om je toch aan de simpele basisregels te houden.
Ik heb nog nooit zo verlangd naar een persconferentie. 😉