Van Alfred Birney, Vilan van de Loo, Yvonne Keuls, Theodor Holman, Hans Vervoort lees ik regelmatig de columns. Hun teksten zijn altijd onderhoudend en met veel humor gebracht. Sommige van deze columns zijn online te lezen of zijn in druk verschenen.
Alfred Birney Schrijver, publiceert iedere vrijdag een column in de Haagsche Courant.
Vilan van de Loo Journaliste, publiceert onder andere in De Haagsche Courant (3 columns per week) en Moesson.
Hans Vervoort Schrijver.
Pasar Boekoe Van Stockum
Hagenaars hoef ik niets te vertellen. Evenmin de liefhebbers van literatuur over Indië en Indonesië.
Boekhandel Van Stockum in de Venestraat heeft de grootste collectie boeken van en over de voormalig kolonie (en nog veel meer).
Ik ben er meestal te vinden tijdens mijn lunchpauze: even kijken wat er aan boeken bij is gekomen.
Tijdens de jaarlijkse Pasar Malam Besar op het Malieveld verzorgt Van Stockum Boekverkopers de Pasar Boekoe (boekenmarkt). Boekpresentaties en ontmoetingen met (Indische) auteurs zijn er vaste prik.
Wie niet in Den Haag komt kan een kijkje nemen op de uitgebreide website.
Naar de site van Boekhandel Van Stockum
De lente-editie van De Sobat is verschenen
Donateurs van de Stichting Tong Tong, de organisatie van de Pasar Malam Besar in Den Haag, ontvangen drie keer per jaar een nieuwsbrief (magazine). De lente-editie is zojuist verschenen.

De Sobat valt op door de fraaie vormgeving en is met de Pasarkrant de smaakmaker die dit grootste Indische festival vooraf gaat.
Naar de site van de Pasar Malam Besar
Met de tram in Den Haag
De Haagse binnenstad is momenteel een crime voor fietsers en automobilisten. Omleidingen, groot onderhoud aan wegen en werk aan de tramtunnel.
Een ritje met de tram van A en B is vooral wachten en je vooral niet opwinden.
Nu is een ritje met de tram vandaag de dag wel vermakelijk:
Rokende jongelui springen in groepsverband de tram uit als de controleurs zich op het perron aandienen;
Zwartrijders wachten juist tot de controleurs uitstappen;
Instappende passagiers wringen zich naar binnen. Uitstappen is hier op je beurt wachten.
Een Marokkaanse jongen en zijn vriendin nemen plaats op de bank achter mij. Zijn vriendin staat op voor een oude Indische meneer met een wandelstok. Ik weet dat het een Indische meneer is. Zijn accent klinkt vertrouwd en valt op in de tram vol van verschillende nationaliteiten.
‘Ajo, meneer. Wilt u voor mij op de knop drukken? Dank u wel ja. Ik moet er hier uit, of de volgende. Het Rijksarchief is toch hier hè, meneer?
De jongen lacht naar zijn vriendin.
‘Nee meneer, dat weet ik niet. Ik ben nog niet geïntegreerd’.
Zoekgeraakte foto’s
Veel foto’s op http://www.indischalbum.nl komen uit de verzameling van mijn (groot)ouders. Sommige foto’s uit die verzameling zijn gescand en veilig opgeslagen op de computer. Het grootste gedeelte niet. Ik bewaar ze zorgvuldig in enveloppen op een plek, waar ik ze niet kán vergeten. Totdat ik afgelopen januari verhuisde en er van overtuigd was ze veilig opgeborgen te hebben. Ze zijn zoek. Kwijt. Ik heb alle dozen op de vliering ondersteboven gekeerd. Ik kan ze nergens vinden.
“Die komen boven water, onverwacht, juist als je er niet naar op zoek bent”, zegt iedereen tegen mij. Ik hoop het. Ik ben van alles tegenkomen in de verhuisdozen waarvan ik dacht het weggegooid te hebben, maar in iedere doos vond ik wel sporen van degene die ik toen was. Schoolkranten, schoolfoto’s, vakantiefoto’s, knipsels: archiefjes over alles en nog wat.
Weg ermee zou je denken, maar ik heb al zoveel weggegooid.
Drie maanden later heb ik mijn familiefotoarchief nog niet gevonden, maar wel veel andere dingen die ik kwijt was. Ik stop voorlopig met zoeken, maar van het weekend moet ik toch op de vliering zijn … dus wie weet.
Oude bekenden
Als ‘oude bekenden’ werden ze aangekondigd. ‘Ik ben oud en híj is bekend’, verklaarde Yvonne Keuls aan het begin van de tweede literaire ontmoeting met Ernst Jansz. Net als vorig jaar wisten zij met weinig middelen, al improviserend, een intieme sfeer in het Bintang-theater te creeëren tijdens de 44e Pasar Malam Besar in Den Haag.


Yvonne Keuls stak van wal met een tekst die zij ter plekke had geschreven, het hilarische Pasar:
‘Eens in het jaar komen ze allemaal bij elkaar. De mensen-uit-Indië. Ze komen met bussen, met treinen met z’n vieren bijeengeperst op de achterbank van de auto van de oude Knilneef.’
De tekst is gelukkig niet verloren gegaan want met deze heerlijke impressie begint Keuls een reeks columns voor de zaterdagbijlage van de Haagsche Courant.
Ernst Jansz bracht zijn gevoelige liedjes in combinatie met fragmenten uit zijn boek De Overkant en speelde speciaal voor Yvonne Keuls een fraai stukje Chopin.
Ernst Jansz, Yvonne Keuls over het ontstaan van de samenwerking, het succes en het vervolg.
Ernst Jansz:
‘Hoe de samenwerking is ontstaan weet ik eigenlijk niet meer.
Toen in 1985 mijn boek De Overkant verscheen, kwam ik in een tot dan toe voor mij onbekend circuit van Indische schrijvers terecht (opvallend genoeg vrijwel allemaal vrouwen). Daar was natuurlijk Marion Bloem, de grote stimulator van de zogenaamde tweede (Indische) generatie, daar waren Paula Gomes, Margaretha Ferguson en Yvonne Keuls.
Het was voor mij een feest om de tijd met hen door te brengen. Ik herkende een wereld die ik daarvoor maar één keer had gekend: met mijn eerste middelbare schoolvriendje en ik realiseerde mij ineens dat het een Indische jongen was geweest. Zo vertrouwd alsof het familie was, veel plezier en slappe lach.
Toen Jaloe Maat, mijn vrouw, een rol kreeg in de film Jan Rap en zijn maat, leerde ik Yvonne Keuls beter kennen.
We hebben ons tweelingprogramma nu twee keer gedaan en wie weet… Ideeën genoeg.’
De reacties op het gezamenlijke optreden waren opnieuw overweldigend:
‘Het is heerlijk om te doen. We creëren een beetje een huiskamer, waarin we met elkaar gedachten en voordrachten uitwisselen. Heel intiem. We bereiden samen niets voor en houden het zo gewoon mogelijk. Als er iets fout gaat laten we dat gebeuren. Mensen vinden dat over het algemeen erg prettig.’
Dat Ernst Jansz graag optreedt voor Indische mensen is zonneklaar. Het lijkt of zijn teksten en muziek in de setting van bijvoorbeeld het Bintang-theater een andere dimensie krijgen:
‘Het is juist dat ik in Indische kring meer begrip krijg voor een bepaalde problematiek die in mijn werk verwerkt is. Ik zoek dat natuurlijk ook een beetje uit. Bepaalde fragmenten worden alleen of in het bijzonder gevoeld door Indische mensen, zoals:
Dit is waar ze naar terugverlangen, al die bruine mensen die de zee zijn overgestoken. De zoete geur na een regenbui, de vuurvliegjes, de sterren, het zilveren licht van de maan op de bladeren.
Yvonne Keuls was alle dagen aanwezig op de Pasar Malam Besar. Onvermoeibaar stond zij iedereen te woord die even kwam buurten in Paviljoen Senang, letterlijk omringd door al haar boeken. En senang voelt men zich bij haar.
Over haar samenwerking met Ernst Jansz zegt zij:
‘We hebben elkaar jaren geleden ontmoet toen we samen lezingen op scholen gaven.
We hebben respect voor elkaars werk en dan is er natuurlijk onze Indische achtergrond.
Eigenlijk zijn wij elkaars tegenpolen. Hij brengt zijn poëtische aard in en ik neem mij voor de mensen te laten lachen.
Zijn liedjes hebben zeggingskracht, diepte en warmte. Ik vind dat hij een mooie taal schrijft: het fijne, kleine, bijna onbenoembare weet hij toch benoembaar te maken.
De Indische vader en de Indische moeder drukken een stempel op het werk van Ernst Jansz en Yvonne Keuls.
Of zoals Yvonne Keuls het verwoordde: ‘De liefde voor onze ouders verklaart mede het succes en waardering van ons optreden.’
Patrick Wouters 2002
Fotografie: Jurgen Huiskes
Met dank aan de Pasar Malam Besar