Even bellen met… Patrick Wouters

Schrijver en beleidsadviseur diversiteit en inclusie Patrick Wouters, staat op 4 juni voor een publiek in de Rijswijkse bibliotheek met De platenkoffer van mijn vader. Aanleiding voor Patricks voordracht is de tentoonstelling Oud Zeer die van 3 tot en met 24 juni 2026 te zien is bij het Huis van de stad in Rijswijk. Jessica Anthonio sprak Patrick Wouters voor Moesson, al 70 jaar hét Indisch maandblad.

De platenkoffer van mijn vader, vertel!
‘Herman Keppy en ik werkten in 2013 samen aan De Grote Surabaya Show, opgevoerd op de Tong Tong Fair. Dat smaakte naar meer. In 2016 bedachten we als ‘Surabaya Boys’ ook voor de Tong Tong Fair, De platenkoffer van mijn vader: een programma over de Amerikaanse invloed op de Indocultuur aan de hand van de platenverzameling van onze vaders. Speciaal voor de maandelijkse kumpulans van wijkcentrum Het Klokhuis in Den Haag, heb ik de platenkoffer in 2025 afgestoft en het concept uitgebreid naar het migratie en ook liefdesverhaal van mijn ouders. Een Indisch beeldverhaal met veel mooie foto’s uit de tijd dat ze verliefd op elkaar werden.’

Alleen maar platen in die koffer van je vader of toch ook extra bagage?
‘Mijn vader had wel degelijk een rugzak, maar zowel hij als mijn moeder wilden ons daarmee nooit belasten. Praten deden mijn ouders wel veel, over vroeger en wat ze doorstaan hadden. Ook mijn grootouders hebben nooit de zware onderwerpen geschuwd. Het had zeker impact op mij als oudste zoon. Van jongs af aan verdiepte ik mij in mijn Indische achtergrond en kwam ik veel over mijn familiegeschiedenis maar ook over mijzelf te weten. Ik was me bewust van het feit dat mijn ouders zeker hun portie ellende hadden meegemaakt. De impact ervan drong pas veel later tot mij door. Mede dankzij therapie durfde ik patronen bij mezelf onder ogen te komen. Denk aan zaken als nooit hulp vragen, overmatige zelfredzaamheid, extreem dienstbaar zijn aan anderen; zekerheid zoeken in werk, relaties, noem maar op. Deze lessen in zelfreflectie en zelfkennis hebben mijn creativiteit enorm gevoed. Met mijn boeken, lezingen en voordrachten, geef ik hieraan woorden: vanuit het litteken en niet vanuit de wond zoals de bekende psychiater Glenn Helberg schreef. Erkennen waar je vandaag komt, patronen doorbreken en de blik op de toekomst gericht.

Welke positieve patronen hebben zij op jou doorgegeven?
‘Vlak voordat mijn vader stierf zei hij tegen mijn moeder: “We kennen elkaar nu dik 57 jaar. Meid we hebben het toch goed gedaan he?” Mijn ouders waren twee hele zelfstandige wezens geweest, en toen de kinderen ouder werden zijn ze nog meer van elkaar gaan genieten. Mijn vader werd na zijn VUT extreem zorgzaam naar mijn moeder toe. Die zorgzaamheid en dienstbaarheid aan elkaar, daar herken ik mezelf ook in. Het heeft ons als kinderen en kleinkinderen aan niets ontbroken, er was veel liefde bij ons thuis. Ik realiseerde me pas na het overlijden van mijn vader hoe complementair mijn ouders aan elkaar waren en hoe dat uit balans kan raken als een van je ouders overlijdt.
Wat ik meeneem is hun veerkracht in goede en slechte tijden. Ze zijn gevallen, ze zijn opgestaan, keer op keer.’

Wat gaan we zien in jouw programma?
‘Ik wil laten zien wat muziek deed in de voormalige kolonie en later in Indisch Nederland. Ik neem het publiek mee in een persoonlijk familieverhaal tegen de achtergrond van de grote, gedeelde geschiedenis. Ik verwijs naar boeken die een must read zijn, zodat mensen zelf een mening over de Indische geschiedenis kunnen vormen, er komt muziek voorbij vanaf de jaren dertig, tot eind jaren vijftig – de rock & roll periode – je leert mijn ouders kennen en de muzieksmaak van mijn vader. En het leuke is: mijn 86-jarige moeder is er altijd bij, still going strong.’

De eerstvolgende Platenkoffer van mijn vader is op 4 juni in de Bibliotheek aan de Vliet in Rijswijk. Meer informatie en kaartverkoop via de website van de Bibliotheek aan de Vliet of kijk op de website van Patrick.

De baai van Ambon

In de dromen van Sis was de baai van Ambon nooit ver weg.
Boven haar bed hing een rechthoekige canvasreproductie, een
zwart-witfoto van de baai uit 1910 gemaakt bij zonsondergang.
Droom en werkelijkheid bij elkaar. Soms leek het alsof uit die foto
zelf de adem van de kustzee opstak: het rustige klotsen
van het water en de wind die langs de oevers streek.

Vanaf het moment dat Sis zich verdiepte in haar Indische
afkomst vermoedde zij een link met de Molukken. Het liet
haar niet los. Ook al was er geen officiële documentatie die dit
vermoeden ondersteunde. Papa vertelde veel, zweeg nooit,
maar sloeg de plank nog weleens mis als het om ‘de feiten’ ging.
Het familie narratief was net zo kleurrijk als onze afkomst.

Pas na haar dertigste reisde Sis voor het eerst naar Indonesië:
bestemming de Molukken. Daarna volgde Java. Niet omgekeerd.
Op aanwijzingen van papa en met een handvol reistips van Lucy
verbleef ze daarna langere tijd in Semarang en Surabaya, om haar
ervaringen op de Molukken te verwerken.

Ambon first. Sis was vastberaden. In de voetsporen van schrijfster
Maria Dermoût bezocht ze de binnenbaai van Ambon, in de buurt
van het huidige dorp Galala waar de Tuin van Kleyntjes (Kati-Kati)
uit De Tienduizend dingen zich bevond. The Ten Thousand Things
was een van haar lievelingsboeken. Dat mijn biologische moeder
juist dit boek op haar vijftiende verjaardag kreeg, kan geen toeval zijn.

De familienaam van papa’s voormoeder kon niet anders dan
een Molukse naam zijn, maar bij niemand op het eiland rinkelde
een bel: de fonetisch geschreven variant van de familienaam kenden ze wel.
Maar niemand uit die familie was ooit naar Java vertrokken.
Geen kind van het eiland en toch werd Sis er ontvangen als
een verloren dochter.
Tot op de dag van vandaag onderhoudt ze contact met de familie
die haar op Ambon onderdak verschafte.



Work in progress
Fragment van een vignet uit Onderweg, het opzichzelfstaande vervolg op Rauw/Rouw.
De belevenissen van onder meer Ralph & Priscilla, Robin & Lucy, Frenk,
tante Dhina & oom Guus en natuurlijk Erik (✝️) & Maria als rode draad.

Beide illustraties zijn gebaseerd op een oude foto uit circa 1910. Afkomstig uit:
‘In Indië geweest. Schrijversprentenboek 30 | Maria Dermoût, H.J. Friedericy, Beb Vuyk
‘.
Een rustig tafereel in de Baai van Ambon op de Molukken, rond zonsondergang.
Digital art image generated with AI: concept Patrick Wouters

Dit vignet is geïnspireerd op deze foto van vroeger, De tienduizend dingen en op het prachtige lied
Air Mata Tumpa van Massada uit 1979.


Van Surabaya naar Rijswijk: De platenkoffer van mijn vader

Van 3 tot en met 24 juni is de expositie Oud Zeer te zien bij het Huis van de Stad in Rijswijk. Speciaal hiervoor organiseert de Bibliotheek aan de Vliet op donderdag 4 juni 2026 een avond met schrijver Patrick Wouters, waarbij hij een prachtig beeldverhaal laat zien over het migratie- en liefdesverhaal van zijn Indische ouders.

Van Surabaya naar Rijswijk: de platenkoffer van mijn vader
Patrick laat muziekfragmenten horen, toont foto’s en vertelt anekdotes over zijn ouders. Dit doet hij aan de hand van de platenverzameling van zijn vader. Muziek uit de VS had enorme invloed op de voormalige kolonie en Indisch Nederland. Het bracht plezier en troost in goede en slechte tijden. Daarnaast is er ook de publieksquiz.
19.00 uur – inloop
19.30 uur – start voordracht

Patrick Wouters
Patrick Wouters schrijft onder het motto: Vandaag is morgen gisteren. Geen heden zonder verleden. Hij publiceerde twee boeken: Vlucht in de werkelijkheid en (2022) en Rauw/Rouw (2023). Beide boeken zijn na afloop van de voordracht verkrijgbaar.

Meer informatie en kaartverkoop via de website van de Bibliotheek aan de Vliet (Rijswijk).

De platenkoffer van mijn vader
Herman Keppy en Patrick Wouters bedachten en brachten de platenkoffer van mijn vader tijdens de 58e Tong Tong Fair in 2016. Een programma over de Amerikaanse invloed op de Indocultuur aan de hand van de platenverzameling van hun vaders, met muzikale bijdragen van Jan Venik (1936-2020) en René ‘Baas’ Vreede. Enkele elementen uit dit programma zijn onderdeel van Patricks beeldverhaal.

Met grote dank aan Herman Keppy die een deel van de slides ontwierp. Samen hebben wij de oorspronkelijke Platenkoffer van mijn vader twee keer opgevoerd: onvergetelijke herinneringen en topsamenwerking.
Eveneens een groot woord van dank aan Duncan Bor voor de muziekmixage.

Ik hoop je daar te ontmoeten.

Ik was daar nog even

rest · reflection · recharge · reconnect

Ik zat aan tafel
waar tijd geen haast had.
Een pen in mijn hand,
papier dat niets vroeg
dan aanwezigheid.

Buiten viel het licht zachter
dan mijn gedachten.
Binnen werd het stiller
dan verwacht.

Ik kwam voor rust.
Om terug te kijken
zonder vast te houden.
Om opnieuw te verbinden
met mijzelf.

December in Indonesië.
Geen reis vol stappen,
maar loslaten.

Tracing your roots,
facing your roots,
embracing your roots,
releasing your roots —
laten gaan
wat niet meer dienstbaar is.

Ik reis lichter en lichter.
Niet omdat ik alles weet,
maar omdat ik minder hoef te dragen.

Voor mij is dat genoeg.
Even zitten.
Schrijven.
En weten:

ik was daar nog even.

Uit: Ik was daar nog even
Mijmermomenten – Patrick Wouters

English and Bahasa Indonesia version
in the comments section

Digital art image generated with AI: concept Patrick Wouters
Based on photo’s from my archive.

Heldenstad Surabaya

De stad
waar mijn ouders
elkaar voor het eerst zagen.
Oudjaarsdag.
31 december 1956.

Een ontmoeting
tussen oud en nieuw,
tussen aftellen en beginnen,
zonder te weten
wat zou volgen.

Surabaya.
Heldenstad.

Waar vrijheid niet werd gevierd
maar zwaar bevochten,
straat voor straat,
lichaam tegen lichaam.

De geschiedenis ligt hier
niet alleen in musea
maar in het stof,
in muren die niet vergeten,
ook al lopen mensen eraan voorbij.

Want het leven
— hier, zoals overal in de archipel —
is gericht op vandaag.
Niet op gisteren.
Niet op morgen.

Maar op eten, werken, doorgaan.
Overleven is een werkwoord.

Surabaya, 2025.

Ik flaneer
over Jalan Tunjungan.

Jeugd, gezinnen,
lichamen dicht bij elkaar.
Ze poseren gedwee,
alsof de stad even stil moet staan.

Instagram.
TikTok.
De tijd vastgehouden
in handen en schermen.

En ik?

Ik laat me rijden
in een Bluebird,
doorkruis een stad
die ik altijd heb liefgehad
zonder haar ooit volledig te kennen.

Oud en nieuw wisselen elkaar af.
Het jaar kantelt.

En ergens,
tussen toen en nu,
tussen herinnering en beweging,
zit ik op de achterbank,
kijk vooruit,
terwijl alles
met me meereist.

Uit: Ik was daar nog even
Mijmermomenten – Patrick Wouters

Kabar Angin, gedragen op de wind: Yvonne Keuls 1931-2025.

Ik maakte voor het eerst persoonlijk kennis met Yvonne Keuls op dinsdag 23 maart 1982 op Den Haag CS. Zij signeerde en ik maakte de foto die later gepubliceerd werd in Gedragen op de wind. Een rijk geïllustreerd schrijversprentenboek dat terecht de spotlights op haar richtte. Sinds die eerste ontmoeting kwamen we elkaar meestal in het voorbijgaan tegen. En altijd maakte ze tijd voor mij en de kids. Bijvoorbeeld op de Pasar Malam Besar en later de Tong Tong Fair.
Een artikel dat ik jaren geleden schreef over haar geslaagde optredens met Ernst Jansz kon ik razendsnel met haar aftikken: zij sprak, ik schreef en Yvonne dicteerde/redigeerde ter plekke.

Yvonne Keuls’ sociale romans raakten mij vanaf het begin. De betekenis van dat werk is ongekend. Ze zette door en liet zich niet van haar missie afbrengen.
Haar Indische werk was een enorme inspiratiebron voor mij. Een kleurrijke schrijfster met lef en een groot hart en rechtvaardigheidsgevoel.

Selamat jalan lieve #YvonneKeuls.
Familie, vrienden en iedereen die Yvonne Keuls dierbaar was, wens ik veel sterkte toe.

Op 29 mei 2004 schreef ik al een ode aan Yvonne Keuls, die ik hieronder graag nog een keer plaats.

Indische tantes
Yvonne Keuls heeft ze vereeuwigd in Indische tantes. Met haar onvergetelijke verhalen heeft zij vastgelegd wat bijna verdwenen is: de eerste generatie Indische Nederlanders die geruisloos is opgegaan in de Nederlandse samenleving. Ik kom ze nog wel eens tegen, die Indische tantes. Met name in de Haagse trams. Ik herken ze meteen. Ik hoef ze niet te zien. Ik hoor ze.

“Dat weer hier: om gek van te worden. Dan weer fris, dan weer warm. En als warm: pliket (plakkerig). Bosèn. In Malang was het goed. Warm, maar koel.”
De camera’s in lijn 2 registreren twee (voor deze tijd van het jaar) veel te dik aangeklede Indische dames. Oud, breekbaar en onafgebroken aan de praat.
“Je weet ik heb 8 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen. Belt mijn kleindochter op. Je kèn wel, die van Maureen. Oma, Jeffrey heeft een VMBO-advies gekregen. Ik sèg, ken niet. Jeffrey is een VWO kind. Hoe toch deze? Ik er naar toe. Gisteravond. Met Jeffrey gepraat. Op zijn kamer. Jagallag. TV aan. Computer aan. Muziek hard. Mobiele telefoon. Als wijlen mijn man nog leefde …Dat seg ik hem. Als mijn man nog leefde zou hij dit verbieden. Ken niet. Ajo, zo kan je niet leren. Je bent een VWO-kind, hoor je me. Wat doe je ons aan? Hij sèg: omi, omi, het is mijn leven ja. En hij is pas dertien. Soedah, hij is onvoordelig geboren, daarom nu pas naar de brugklas…
Wat neem jij? … hun Tahoe Telor is goed. Beter dan bij Dewi.”
Ik hoef niet te raden waarin het onderwerp is veranderd: Indische mensen praten (nog) altijd over eten en lijn 2 stopt bij winkelcentrum Leidsenhage. Toko Menuet is vandaag het eindstation.

Dagblad Trouw schreef een treffend in memoriam.

Soerabaja – Surabaya

Bij het art deco affiche van Jan Lavies (Pasar Malam, Soerabaja 1930)

Lavies tekent een stad
die zich aan de avond wil tonen.
Lichtlijnen trekken bezoekers aan,
een jaarmarkt van geur en vertoon,
voorbijgaand geluk.

Kramen staan vrij in nachtlicht,
zonder dak, als eilanden van handel,
een labyrint van geur en stem.

En toch blijft iets hangen —
niet alleen op papier, maar in de lucht van Surabaya.
Tunjungan Plaza draagt het decor,
glanzend, betonnen, luid.
De kramen zijn vitrines geworden,
de schaduw loopt over marmer.

Maar ergens tussen etalage en food court
ademt het nog:
het verlangen om samen te komen,
om gezien te worden,
om even te leven buiten jezelf.
Lavies zou blijven kijken.
Misschien niets begrijpen,
maar toch: blijven kijken.

Uit: Ik was daar nog even
Mijmermomenten – Patrick Wouters

Soerabaja – Surabaya
The poster by Jan Lavies (Pasar Malam, Soerabaja 1930)

Lavies draws a city
eager to show itself at dusk.
Lines of light attract the crowd,
a fair of scents and spectacle,
a fleeting kind of joy.

Stalls stand open in the night,
roofless — islands of trade,
a labyrinth of voice and spice.

Still, something lingers —
not only on paper,
but in the air of Surabaya.

Tunjungan Plaza wears the stage now,
gleaming, concrete, loud.
The stalls became vitrines,
shadows glide across marble.

But somewhere, between food court and storefront,
it still breathes:
the longing to gather,
to be seen,
to live beyond yourself for a while.

Lavies would keep watching.
Perhaps not understand —
but still: keep watching.

Soerabaja – Surabaya (Bahasa Indonesia)
Pada poster karya Jan Lavies (Pasar Malam, Soerabaja 1930)

Lavies menggambar sebuah kota
yang ingin menampakkan diri saat senja.
Garis-garis cahaya memanggil keramaian,
pasar malam penuh aroma dan pertunjukan,
kebahagiaan yang sebentar saja.

Gerai-gerai berdiri terbuka di malam hari,
tanpa atap — pulau-pulau dagang,
labirin suara dan rempah.

Namun sesuatu tetap tinggal —
bukan hanya di atas kertas,
tapi juga di udara Surabaya.

Tunjungan Plaza kini menjadi panggungnya,
mengilap, dari beton, penuh gema.
Gerai berubah menjadi etalase,
bayangan meluncur di atas marmer.

Namun di suatu tempat, antara food court dan toko,
masih ada yang bernafas:
kerinduan untuk berkumpul,
untuk terlihat,
untuk hidup sejenak di luar diri.

Lavies akan terus memandang.
Mungkin tak mengerti —
namun tetap: memandang.