E-Indo online

Logo/beeldmerk van E-IndoE-Indo is een online platform waarin Melissa Trouerbach en Patrick Wouters schrijven over de reis naar een gezonde lifestyle. “We vertellen over bijzondere en inspirerende ontmoetingen in woord en beeld. Plaatsen recepten, mijmeren en discussiëren over ways of life. En zetten je op het spoor van interessante studies, artikelen, sites en blogs. Rode draad is onze verwondering: je kan van het leven genieten op een verantwoorde wijze. Biologisch of niet. Daarnaast zal E-Indo kleinschalige events (mede)organiseren waar healthy lifstyle met een Indo twist onderdeel van is. We keep you posted.”

http://www.e-indo.nl

Haar

clooney_2Vrouwen willen hem hebben. Mannen willen hem zijn. Ik wilde alleen zijn haar. Dus nam ik deze en nog een andere foto mee naar de Turkse kapper in Schiedam.
“Wie is dat?”, vroeg O.. Waarschijnlijk keek hij alleen maar schoteltelevisie.
“Doe mij maar zo’n vriendin,” antwoordde ik om het ijs te breken. Ongemakkelijk liet ik de tweede foto zien. Ik wees op de rechter- en linkerkant van George Clooney’s hoofd.
“Zo’n kapsel graag, maar niet té kort.”
“Jouw haar anders.” Hij sprak zoals hij knipte: staccato. Hij nam een teug van zijn sigaret, maakte zijn handen schoon, en nam mijn hoofd onderhanden. Iets vertelde me dat ik snel weer buiten zou staan: ik was vergeten een parkeerkaart te kopen.
Vriend R., die mij deze kapper had aanbevolen, suggereerde stand 1 van de tondeuse en maakte een bijpassend geluid waar zelfs Matthijs van Nieuwkerk van onder de tafel zou duiken.
In vijftien minuten was het gepiept en ik was tevreden. What else? Turkish barbers are the best. Schiedamse parkeerwachters ook: no ticket today.

Een Indisch graf in het land achter de horizon

 

263297_231538800223714_771343_nMijn opa van vaderskant heb ik nooit gekend. Uit een handvol foto’s blijkt de familiegelijkenis. Hij werkte bij Apotheek De Vriendschap in Soerabaja, waarvan zijn zwager directeur was. Met zijn gezin woonde hij begin jaren dertig linksboven de apotheek. De foto’s van vroeger laten niet zien, dat aan die gelukkige, onbezorgde dagen gauw een einde kwam.
Mijn opa werd begin december 1941 bij algemene mobilisatie voor de militaire dienst opgeroepen en ingedeeld als landstormsoldaat eerste klasse bij het Wapen der Infanterie IIe Landstorm Bataljon in Soerabaja. Na de capitulatie van Nederlands-Indië op 8 maart 1942, worden de soldaten tijdelijk gevangen gehouden op het jaarmarktterrein in Soerabaja. Het is daar dat mijn oma en hun kinderen zo nu en dan een glimp van hem kunnen opvangen. Meer ook niet. Na een korte internering in de Changi-gevangenis in Singapore, begint een vreselijk transport met de Kamakura Maru naar de scheepswerf Harima bij Osaka, waar ze in de winter van 1942 worden tewerkgesteld. Hij zal zijn gezin nooit meer terugzien. Mijn opa overlijdt in Japans krijgsgevangenschap op 43 jarige leeftijd in 1944.
Bijna een halve eeuw lang heeft mijn familie niet geweten wat hem was overkomen. Vlak voor mijn vakantie naar Indonesië in 1993 kwam ik per toeval in contact met de Oorlogsgravenstichting in Den Haag. Zij wisten mij te vertellen dat de laatste rustplaats van mijn opa zich bevindt op Ereveld Menteng Pulo in Jakarta. De Oorlogsgravenstichting heeft hierover mijn oma in 1962 een brief gestuurd. Deze brief is nooit door mijn (in 1981 overleden) oma ontvangen. Zou de brief zijn kwijtgeraakt in het contractpension waar zij indertijd woonde?
Dagboek: Jakarta, 25 september 1993
De Bluebird taxi brengt mij naar het Ereveld Menteng Pulo. Om het ereveld te bereiken, passeer je eerst de Islamitische en Christelijke begraafplaats. Tussen de graven wonen mensen en er zijn kraampjes gestald. Er wordt vreemd gekeken naar mij als de taxi over het kerkhofterrein rijdt. Dan duikt plots de witte toegangspoort en de kerktoren van Ereveld Menteng Pulo op. Ik kan een gevoel van opwinding niet onderdrukken.
De taxichauffeur belooft me na een uur op te halen zodat ik rustig de tijd heb de laatste rustplaats van mijn opa te bezoeken. De poort is gesloten, bezoekers moeten zich via het luiden van de bel melden. De bel galmt over het terrein. Geen reactie. Het blijft lang stil. Even denk ik voor niets te zijn gekomen. Het zweet breekt me aan alle kanten uit. Gelukkig komt na verloop van tijd een vriendelijke wachter de poort openen. Na de registratie loop ik direct naar het Columbarium. Ik hoef niet geleid te worden. Ik lijk de weg te kennen. Loop recht op mijn doel af, links en rechts van mij witte kruizen. Ik lees de naam onder de urn met de stoffelijke resten van mijn opa. De herkenning ontroert me. De urnengalerij laat een diepe indruk achter. Wat is het hier mooi. Een bijzondere plek in een hectische stad. Jakarta werkte al gauw op mijn zenuwen, maar deze oase van rust doet dat alles vergeten. Ik plaats een zijden roos en een foto van mijn opa bij de urn, film en maak foto’s voor thuis.
Als ik het ereveld verlaat, zie ik pas de skyline van Jakarta opdoemen. De taxichauffeur komt niet opdagen, maar dat geeft niets, ik heb gezien waarvoor ik gekomen ben.
Dagboek: Surabaya, 8 oktober 1993
Op Ereveld Kemban Kuning, blader ik door de registers van de Christelijke begraafplaats. Ik ben op zoek naar het graf van mijn overgrootmoeder van vaders kant. De vriendelijke medewerkers van de begraafplaats zijn zeer behulpzaam. Binnen een mum van tijd vinden we haar kaart. Het graf van mijn overgrootmoeder is gauw gevonden. Het ziet er goed onderhouden uit. Iemand moet de zorg van dit graf op zich hebben genomen. Bij het graf worden we omringd door nieuwsgierige mensen. Een jongen volgt mij met belangstelling. Als ik foto’s heb gemaakt en aanstalten maak om weg te gaan, komt hij aangerend.
“Please, mister, you wait.” Er is op de begraafplaats een familielid dat mij wil ontmoeten. Welk familielid dan? In de verte komt een oud vrouw aangelopen. Zij blijkt de weduwe te zijn van een jonger broertje van mijn oma die vandaag op de verjaardag van haar overleden man een bezoek aan zijn graf heeft gebracht. Als ik haar vertel wie ik ben omhelzen we elkaar. Voor ons beiden is deze ontmoeting een lot uit de loterij.
Eerder verschenen in diverse publicaties.  Opnieuw geplaatst wegens de herdenking van de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945,

 

Wedergeboorte van de Rode Olifant

Volgtip. Blog van mijn oud-collega Sipke van der Peppel. Warm aanbevolen.

Sipke vd Peppel's avatarAnno1900

De grote ontvangsthal in de Rode Olifant.

De Rode Olifant stond al heel lang op mijn verlanglijstje van gebouwen die ik graag eens zou willen bezichtigen. Op zaterdag 21 juni ging mijn wens in vervulling en kon ik dit statige Amsterdamse School pand eindelijk eens van binnen bekijken tijdens de Dag van de Architectuur in Den Haag.

Gebouw de Rode Olifant, foto: Spaces

De Rode Olifant is een imponerend Amsterdamse School gebouw aan de rand van het Malieveld. Wie vanaf de A12 het centrum van Den Haag binnenrijdt, ziet het imposante kantoorpand aan het einde van de Utrechtse Baan voor zich opdoemen. Het voormalige hoofdkantoor van oliemaatschappij Esso dankt zijn bijnaam aan een sculptuur van een olifantenkop in de toren. En aan de warme roodbruine kleur van de 3,5 miljoen gebruikte bakstenen! De zandstenen beelden op de gevel en toren zijn gemaakt door de Haagse beeldhouwer Joop van Lunteren (1882-1958).

View original post 639 woorden meer

#GTKY [6] Patrick Wouters

Geschreven door: 2Z1G (2 zielen, 1 gedachte)

~ #GTKY [Get To Know You]

Vandaag hebben we weer een gastblog voor jullie, ditmaal van Patrick Wouters (communicatieadviseur & ‘verbinder’) over:

VERBINDEN

Indische tantes

Yvonnen Keuls en de onthulling van de Indisch tantes.Ter gelegenheid van de onthulling van de Indische tantes op 5 oktober 2013, mijn blog uit mei 2004.

Yvonne Keuls heeft ze vereeuwigd in Indische tantes. Met haar onvergetelijke verhalen heeft zij vastgelegd wat bijna verdwenen is: de eerste generatie Indische Nederlanders die geruisloos is opgegaan in de Nederlandse samenleving. Ik kom ze nog wel eens tegen, die Indische tantes. Met name in de Haagse trams. Ik herken ze meteen. Ik hoef ze niet te zien. Ik hoor ze:

“Dat weer hier: om gek van te worden. Dan weer fris, dan weer warm. En als warm: pliket (plakkerig). Bosèn. In Malang was het goed. Warm, maar koel.”
De camera’s in lijn 2 registreren twee (voor deze tijd van het jaar) veel te dik aangeklede Indische dames. Oud, breekbaar en onafgebroken aan de praat.
“Je weet ik heb 8 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen. Belt mijn kleindochter op. Je kèn wel, die van Maureen. Oma, Jeffrey heeft een VMBO-advies gekregen. Ik sèg, ken niet. Jeffrey is een VWO kind. Hoe toch deze? Ik er naar toe. Gisteravond. Met Jeffrey gepraat. Op zijn kamer. Jagallag. TV aan. Computer aan. Muziek hard. Mobiele telefoon. Als wijlen mijn man nog leefde …Dat seg ik hem. Als mijn man nog leefde zou hij dit verbieden. Ken niet. Ajo, zo kan je niet leren. Je bent een VWO-kind, hoor je me. Wat doe je ons aan? Hij sèg: omi, omi, het is mijn leven ja. En hij is pas dertien. Soedah, hij is onvoordelig geboren, daarom nu pas naar de brugklas…
Wat neem jij? … hun Tahoe Telor is goed. Beter dan bij Dewi.” Ik hoef niet te raden waarin het onderwerp is veranderd: Indische mensen praten (nog) altijd over eten en lijn 2 stopt bij winkelcentrum Leidsenhage. Toko Menuet is vandaag het eindstation.

Den Haag, 29 mei 2004