Op zondagmiddag 13 september ben ik te gast bij tante Eus in het knusse Werftheater in Utrecht. Zie ik je daar? Tante Eus gaat in gesprek met mij over mijn werk en ik draag enkele poëtische mijmermomenten voor uit Ik was daar nog even. Het ensemble Keroncong Swara Pusaka is de muzikale gast.
Digital art photo 2 generated with AI. Concept: Patrick Wouters. Based on family archive picture from 1935 and recent photo’s I made in Indonesia 2026.
Onder de titel Klanken van Thuis organiseert Museum Rijswijk aan het einde van de zomer een Indische/Molukse middag. In de binnentuin van het museum draagt de Rijswijkse schrijver Patrick Wouters voor uit Ik was daar nog even. Zijn poëtische mijmermomenten worden opgeluisterd door een optreden van percussionist Daniel Bloem Berretty, onder andere bekend van de Molukse band Massada.
Programmawoensdag 26 augustus 2026
15:00 uur inloop
15:30 uur voordracht Patrick Wouters en instrumentaal optreden Daniël Bloem Berretty
16.15 uur demonstratie bereiding Indonesische specialty coffee en proeverij, met aansluitend gelegenheid elkaar te ontmoeten, onder het genot van Indische zoete en hartige lekkernijen.
17.00 uur einde
Het programma is voor iedereen gratis toegankelijk, aanmelden is niet nodig. Iedereen die zich verbonden voelt met voormalig Nederlands-Indië/Indonesië is van harte welkom, evenals andere belangstellenden.
Centraal-Java. Alles heeft ritme. Het landschap. De dorpen. De mensen.
Deze streek omarmt je. Niet opdringerig. Maar zoals een vertrouwde aanraking.
De avond valt hier nog altijd zoals zij alleen in de tropen kan vallen. Plotsklaps. Alsof iemand het licht dimt zonder eerst te waarschuwen. Geen lange schemering. Geen overgang. Alleen de dag die plaatsmaakt voor de nacht. De krekels nemen het over. Kikkers voeren het hoogste woord. In de verte klinkt gezang. En ergens tussen de vulkanen zweeft de oproep tot gebed over de desa’s. Niet als onderbreking, maar als onderdeel van hetzelfde ritme. Alsof mens en landschap hier al eeuwenlang dezelfde maat slaan.
Ook de ochtend kent haar eigen melodie. Mijn biologische klok loopt er moeiteloos mee gelijk. Ik open de luiken. Zet de ramen open. Op het land wordt al gewerkt. De geur van gebrand hout drijft naar binnen. Kinderen lachen in een bergdorp verderop. Hun stemmen, gedragen door de wind, lijken in harmonie met alles wat al klinkt.
Soms kom je op een plek die niets van je verlangt. Geen haast. Geen bestemming. Alleen aanwezigheid.
Kopi tubruk, De koffie van thuis. Met toewijding gemaakt door mijn ouders. Ik hoor ze de koffie roeren in het Duralex Gigogne glas. Hetzelfde glas dat zelfs een plek kreeg in het Museum of Modern Art in New York.
In Indonesië drink ik haar graag. Het vierde koffieland ter wereld. Een land waar koffie niet alleen wordt gedronken, maar geleefd.
Via vrienden, bekenden en sociale media vond ik tientallen koffietentjes. Geen internationale ketens, maar plekken waar studenten, creatievelingen, andere jongelui en enkele toeristen samenkomen. Plekken waar de muziek zacht genoeg staat om een gesprek te voeren en waar niemand vreemd opkijkt van iemand die alleen aan een tafel zit. Ik kom graag op dit soort plekken. Ook hier klinkt regelmatig “Pa of Pak”. Mijn grijze haar verraadt mijn senioriteit. Terwijl ik denk: je wordt oud zoals je jong bent geweest.
Deze reis kies ik vaak voor een hand brew V60. Ik kijk en luister graag naar de aandacht waarmee de koffie wordt gezet. Het afwegen van de bonen. Het malen. Het langzame opschenken van het water. De cirkelende bewegingen. Niets hoeft sneller dan nodig. Pure meditatie. Misschien is dat wat ik uiteindelijk zoek in een goede kop koffie. Niet de cafeïne. Niet eens de smaak. Maar het moment waarop de tijd even vertraagt.
Deze reis staat meer dan ooit volledig in het teken van rust. Luisteren naar mijn lichaam. Niets laat zich dwingen. Ook schrijven niet. Ik ben blij eraan toe te geven. De woorden stromen uiteindelijk vanzelf.
Op de achtergrond klinkt zacht Sleepy Shores van Johnny Pearson. Melancholie uit een oude STER-reclame. Het brengt me altijd weer thuis.