Centraal-Java. Alles heeft ritme. Het landschap. De dorpen. De mensen.
Deze streek omarmt je. Niet opdringerig. Maar zoals een vertrouwde aanraking.
De avond valt hier nog altijd zoals zij alleen in de tropen kan vallen. Plotsklaps. Alsof iemand het licht dimt zonder eerst te waarschuwen. Geen lange schemering. Geen overgang. Alleen de dag die plaatsmaakt voor de nacht. De krekels nemen het over. Kikkers voeren het hoogste woord. In de verte klinkt gezang. En ergens tussen de vulkanen zweeft de oproep tot gebed over de desa’s. Niet als onderbreking, maar als onderdeel van hetzelfde ritme. Alsof mens en landschap hier al eeuwenlang dezelfde maat slaan.
Ook de ochtend kent haar eigen melodie. Mijn biologische klok loopt er moeiteloos mee gelijk. Ik open de luiken. Zet de ramen open. Op het land wordt al gewerkt. De geur van gebrand hout drijft naar binnen. Kinderen lachen in een bergdorp verderop. Hun stemmen, gedragen door de wind, lijken in harmonie met alles wat al klinkt.
Soms kom je op een plek die niets van je verlangt. Geen haast. Geen bestemming. Alleen aanwezigheid.
Kopi tubruk, De koffie van thuis. Met toewijding gemaakt door mijn ouders. Ik hoor ze de koffie roeren in het Duralex Gigogne glas. Hetzelfde glas dat zelfs een plek kreeg in het Museum of Modern Art in New York.
In Indonesië drink ik haar graag. Het vierde koffieland ter wereld. Een land waar koffie niet alleen wordt gedronken, maar geleefd.
Via vrienden, bekenden en sociale media vond ik tientallen koffietentjes. Geen internationale ketens, maar plekken waar studenten, creatievelingen, andere jongelui en enkele toeristen samenkomen. Plekken waar de muziek zacht genoeg staat om een gesprek te voeren en waar niemand vreemd opkijkt van iemand die alleen aan een tafel zit. Ik kom graag op dit soort plekken. Ook hier klinkt regelmatig “Pa of Pak”. Mijn grijze haar verraadt mijn senioriteit. Terwijl ik denk: je wordt oud zoals je jong bent geweest.
Deze reis kies ik vaak voor een hand brew V60. Ik kijk en luister graag naar de aandacht waarmee de koffie wordt gezet. Het afwegen van de bonen. Het malen. Het langzame opschenken van het water. De cirkelende bewegingen. Niets hoeft sneller dan nodig. Pure meditatie. Misschien is dat wat ik uiteindelijk zoek in een goede kop koffie. Niet de cafeïne. Niet eens de smaak. Maar het moment waarop de tijd even vertraagt.
Deze reis staat meer dan ooit volledig in het teken van rust. Luisteren naar mijn lichaam. Niets laat zich dwingen. Ook schrijven niet. Ik ben blij eraan toe te geven. De woorden stromen uiteindelijk vanzelf.
Op de achtergrond klinkt zacht Sleepy Shores van Johnny Pearson. Melancholie uit een oude STER-reclame. Het brengt me altijd weer thuis.
In Blora, waar stof en zon elkaar vinden tussen teakbomen en verlaten wegen, zag honderd jaar geleden een kind het daglicht, voorbestemd om de stem van velen te worden.
Pramoedya Ananta Toer schreef over wat voorbij leek, maar niet verdween. Over de onschuld van land en volk. Over liefde en verlies in tijden van onrust.
In datzelfde Blora werd mijn moeder geboren, op een augustusdag die later een dag van herdenking zou blijken. Haar eerste adem, zijn eerste woorden — twee lijnen die elkaar nooit raakten, maar toch verwant zijn in de aarde van verhalen.
Wat verdwenen is, blijft. In boeken, in stemmen, in de schaduw van bomen op de grond waar hun verhalen ontsprongen in de aarde der mensen.
Ode aan Pramoedya Ananta Toer (1925-2006), aan mijn lieve moeder Marijke Wouters-Pernet (1939), aan #Blora en #Indonesia. Bahasa Indonesia version under the photo’s.
Blora, Indonesia.Photo Pramoedya Ananta Toer by Marco van Bolhuis (Amsterdam, juni 1999).My mother (Marijke Wouters-Pernet), born in Blora, August 15, 1939. Photo made in Cepu.
Apa yang Hilang
Di Blora, di mana debu dan matahari bertemu di antara pohon jati dan jalan sunyi, seratus tahun yang lalu seorang anak melihat cahaya hari, ditakdirkan menjadi suara banyak orang.
Pramoedya Ananta Toer menulis tentang yang seakan pergi, namun tak pernah lenyap. Tentang kepolosan tanah dan rakyat. Tentang cinta dan kehilangan di masa penuh gelisah.
Di Blora yang sama ibuku dilahirkan, pada suatu hari Agustus yang kelak menjadi hari peringatan. Napas pertamanya, kata-katanya yang pertama — dua garis yang tak pernah bersinggungan, namun tetap terhubung dalam tanah kisah-kisah.
Apa yang hilang tetap ada. Dalam buku, dalam suara, dalam bayangan pepohonan di atas tanah tempat kisah mereka lahir dalam bumi manusia.