Uit mijn boek glijdt een vergeelde kattebel als een schim uit een ander leven.
In vluchtig handschrift de woorden: Ala sani, na boeng sani — alles wat gebeurt, gebeurt voor het beste.
Een Surinaamse wijsheid opgetekend in de marge van een dag die al lang voorbij is. Een boekenlegger van herinnering die zijn tijd afwacht om opnieuw betekenis te krijgen.
Op Zanderij kijk ik nog één keer om. De warmte van het land blijft aan mijn huid kleven. Mijn hart knoopt zich samen in het onuitgesproken afscheid.
Zal ik hier ooit terugkeren? De tijd zwijgt. Maar een zachte stem in mij zegt: welke afslag ik ook neem — Ala sani, na boeng sani alles komt goed, op een manier die ik nog niet ken.
Uit: Ik was daar nog even Een bundel mijmermomenten in wording – Patrick Wouters
#Beautiful #Suriname #Paramaribo #verhalen #schrijven #bookstagram #boekstagram #Vluchtindewerkelijkheid #Rauw/Rouw #Onderweg Ik was daar nog even Dank voor de inspiratie lieve Marlene Amelo.
Vrijdag 13 september 2024 vierden familie, vrienden, bekenden, collega’s etc. het leven van cineast Pim de La Parra. Meneer Pim overleed op 6 september in Paramaribo op 84-jarige leeftijd.
Voorjaar 2022 Pim de La Parra en ik hebben e-mailcontact over de totstandkoming van zijn onvergetelijke, iconische film Wan Pipel, één van mijn lievelingsfilms. De Surinamepassages uit mijn debuut Vlucht in de werkelijkheid (2022) en uit het opzichzelfstaand vervolg Rauw/Rouw (2024) zijn geïnspireerd op zijn meesterwerk. Mijn eerste boek schreef ik voorjaar-zomer 2022 af in Suriname en het eindigt ook daar. Mijn eigen slenteren door de oude stad droeg daar mede aan bij. Tussen 2016-2024 verbleef ik voor vakantie of langere tijd wonen en werken in de stad (Combé).
Meneer Pim, zoals ik hem later durfde te noemen, vond het eerst maar een gekunsteld idee om via het verhaal van ‘ene Jim’, een ode aan Wan Pipel te brengen. Althans, dat was zijn reactie op mijn synopsis en vragen aan hem. Ik moet zeggen dat ik ook nog zoekende was hoe ik een ode aan zijn film kon brengen. Zijn e-mails waren direct en duidelijk en ja hij had voor 100% gelijk en ik ook 😉. Het bleek uiteindelijk eenvoudiger dan ik dacht en ik ben blij dat ik vastgehouden heb aan het eerste, rudimentaire idee: laat het personage waar het om gaat zelf vertellen waarom hij van Suriname houdt. En zo geschiedde. Jim, de vader van hoofdpersoon Erik, hield van zijn land, net zoals Roy Ferrol dat deed.
Dagboek december 2022: ‘Grappig ontmoeting’ Op verschillende momenten van de dag zie ik hem buiten wandelen: een krasse tachtiger. s-Avonds met een veiligheidshesje aan. Kuilen in de weg en wat door moet gaan voor stoep, zorgvuldig mijdend. Overdag, slenterend langs de kant van de weg. Auto’s behendig uit de weggaand. De abominabele kwaliteit van het wegdek geeft fijntjes de stand van het land weer. Op de een of andere manier ontroert het me als ik hem zie: ergens op een terras, jaren geleden bij Buitengewoon, of gewoon, slenterend ergens door de stad en mijn eerste jaren in SU, zelfs op de fiets.
Een week voor Kerst 2022 durf ik meneer Pim aan te schieten op de Verlengde Mahonylaan in Paramaribo. Hij komt net van Rita’s Rotishop. Ik stel me aan hem voor en spreek van ons e-mailcontact. Een vriendelijke blik van herkenning. De La Parra woont alweer sinds mensenheugenis in zijn geboorteland. Hoewel Wan Pipel hem in 1976 financieel de kop kostte, is de eerste Surinaamse speelfilm nog steeds immens populair. Nog even hartstochtelijk vertelt hij over zijn film en beantwoordt hij trouw en zo gedetailleerd mogelijk al mijn vragen over de totstandkoming van zijn film. Ik ben blij dat hij mijn boek wil aannemen, dat enkele dagenervoor van de persen kwam. Hij bedankt me gelijk per e-mail voor de ‘grappige ontmoeting’ en zorgvuldig beschrijft hij de weg naar zijn ‘kabouterhuisje’ en hoe ik het boek voor hem in de brievenbus moet doen (hij woont achter ons 😉
Vrijdag 13 september 2024 Na een intensieve en emotionele studiedag, krijg ik in de vroege avond het seintje op mijn telefoon dat de stream van de ceremonie om de La Parra’s leven te vieren begint. Zoveel liefde vult de ether en met een lach en een traan ben ik getuige van wat Pim de la Parra betekent voor zovelen en ook voor mij.
Met een glimlach bekijk ik na afloop de vele e-mails die ik tot voor kort van hem kreeg in zijn onmiskenbare lettertype (Palatino Linotype 16pt, kleur blauw). Van formeel afstandelijk, tot enthousiasmerend en inspirerend gaf hij niet alleen antwoord op mijn vragen, maar deelde adressen van personen die ik voor de Surinaamse boekpresentatie (februari 2023) kon uitnodigen en nog veel meer. Zijn columns, filmtips, boekentips, foto’s, artikelen, presentaties en de trots-op-zijn-dochters: hij deelde veel, tot het stil werd. Ik miste zijn ‘nieuwsbrieven’. De aanhef van de e-mails die ik kreeg zag er meestal zo uit:
Aloha lievebeste familie & bestelieve mati, Aloha bestelieve & lievebeste movie mati, buku-mati, Aloha geachte heer Patrick Wouters ## VOOR PATRICK, zoals toegezegd in mijn zojuist verzonden brief. + Dank voor uw reactie & veel succes met uw boek “Vlucht in de werkelijkheid”
Ciao Ciao, Pim Sr.Jr.
Tot slot Ik ben zo vrij te eindigen met een fragment dat ik zo typerend vind voor deze intrigerende man. Velen zullen er vast iets in herkennen:
Aloha geachte Patrick Wouters,
U maakt het zich met uw romanverhaal veel te moeilijk, stel ik opnieuw vast na lezing van uw samenvatting. Een ervaren ‘editor’ bij een literaire uitgeverij zou dat hoogstwaarschijnlijk direct kunnen bevestigen. + Als ik u was zou ik het verhaal sterk vereenvoudigen, om versnippering te voorkomen. + Omdat hij zijn gezin verlaat lijkt Jim me nogal egoïstisch & daarom niet zo sympathiek. Heeft hij misschien een onbewust identiteitsprobleem? Wat is er precies met hem aan de hand? Wordt hij verscheurd door een innerlijk conflict? Dat vroeg ik me onwillekeurig af bij het lezen van uw resume. + Ook zie ik niet dat het voor uw verhaal enige meerwaarde oplevert om Jim als toeschouwer of figurant opnamen van WAN PIPEL te laten bijwonen. Dat lijkt me eerder ‘versplinterend’ te zullen uitwerken. # Maar goed, het is uw verhaal! + WAN PIPEL is ‘eeuwig’ actueel & relevant, omdat de mensheid niet zonder racisme schijnt te kunnen leven. De film heeft verder geen ondertitel nodig; WAN PIPEL zegt alles & dat is genoeg.
Fragmenten uit Vlucht in de werkelijkheid, waar mogelijk geïllustreerd met beeldmateriaal, bedoeld als impressie van mijn boek. Scènes uit Den Haag, voormalig Nederlands-Indië, Indonesië en Suriname. People, places and things: het decor van Vlucht in de werkelijkheid. In het derde deel is hoofdstuk 5 (fragment) pagina 20 e.v. van enkele foto’s voorzien.Één van de hoofdpersonen, Erik, bezoekt zijn lievelingsoom- en tante in Den Haag.
[5]
Leyweg ter hoogte van de Jaarsveldstraat gezien richting Volendamlaan; links het gemaal, verder het Oogziekenhuis en het Gemeenteziekenhuis Leyenburg (in aanbouw). Erik stapte hier uit tramlijn zes op weg naar zijn oom en tante. De foto is gemaakt in circa 1970 door de Dienst voor de Stadsontwikkeling en komt uit de Collectie Haags Gemeentearchief.
De tijd heeft stilgestaan in de portiekwoning aan de Jaarsveldstraat in Den Haag. Het zou er nog steeds 1969 kunnen zijn. In de gang ruikt het Indisch. Een mengeling van jasmijnthee en versgebakken tempé en tahoe. De geur uit mijn jeugd. De klok naast het toilet loopt vijf minuten achter en in de open gangkast die dienstdoet als voorraadkast zijn veel levensmiddelen bijna over de houdbaarheidsdatum heen. Ik moet altijd even achter het gordijn kijken.
Portiekwoningen in de Jaarsveldstraat richting Werkhovenstraat. Deze wijk staat model voor de plek waar Oom Rob en tante Non in de jaren vijftig neerstreken vanuit Indonesië. De foto is gemaakt door de Dienst voor de Stadsontwikkeling en komt uit de Collectie Haags Gemeentearchief.
De Werkhovenstraat circa 1952. De foto is gemaakt door de Dienst voor de Stadsontwikkeling en komt uit de Collectie Haags Gemeentearchief.
‘Ja, jong, je weet maar nooit…’ zegt tante Non ter verontschuldiging als ze mijn jas aanneemt. De warme omhelzing is zo vertrouwd. Troostvol. In haar armen voel ik me nog altijd dat jochie van weleer. Haar hand op mijn hoofd is een weldaad. Ik heb dat zo nodig. Ze lacht om de grimas die ik trek als ze me de woonkamer in dirigeert. ‘Gezellig dat je er bent.’
Oom Rob zit in een comfortabele, opgelapte fauteuil bij het raam. De notenhouten meubels hebben hun glans nog niet verloren. De tl-buizen midden in de woonkamer doen er nog een schepje bovenop. Op de oude buizenradio van Philips waaruit geen geluid meer komt, staan nog altijd twee ebbenhouten beeldjes, op een gehaakt kleedje. Degelijk houtwerk, afkomstig uit Bali. Al mijn ooms en tantes hebben die beeldjes. Ik ook.
De Philips Bolero 59 radio van oom Rob en tante Non. Fotobron: Etsy.
De ebbenhouten beeldjes uit Bali.
Aan de muur hangen Indonesische taferelen uit lang vervlogen tijden. Op het wandmeubel staat het houten lijstje met de bijna vergeelde portretten van mijn overgrootouders. Op geen van de foto’s die ik van hen ken, kijken ze in de lens.
Antiek schilderijtje Indonesië.
‘Blijf zitten, oom.’ Ik buk en omhels mijn oom. Ik vind hem toch wat brozer dan een half jaar geleden. ‘Die foto’s wil ik graag scannen, als u het goedvindt.‘
‘Neem maar mee. Tante heeft de rest al voor je klaargezet.’ Oom Rob wijst naar een gedeukt Verkade koekblik op de eettafel. ‘We hebben ze niet meer ingeplakt. Te veel werk.’
Ik haal een stapel foto’s uit het blik. Ze zijn lang geleden, tijdens de Japanse bezetting of later, in de bersiaptijd, uit fotoalbums gescheurd en meegesleept van hot naar her. Vreemde en bekende gezichten wisselen elkaar af. Op de achterkant van enkele foto’s staat wat geschreven. Ik herken het vaste handschrift van mijn tante: Met Rob op de Poentjakpas, zomer 1938; Fuiven bij Zus, 3 mei 1952 en Graf van kleintje, Kembang Koening, Soerabaja, 1956.
Marijke Pernet en Schelte Wouters, de ouders van de ateur: huisfuif bij de familie Van der Hof, Embong Kenongo 1 Surabaya, 21 februari 1957.
‘Hier.‘ Oom Rob wijst naar een grote foto met een gekartelde rand. De kleine foto van het graf van zijn eerste kind wil hij liever niet zien. ‘Dit is de enige foto die we van jouw overgrootvader en grootvader samen hebben. Een echte blanda. Blanke Indo, noemde tante mijn oudeheer, want hij is zo verindischt als de pieten.’
‘Oom, deze foto stond vorige maand in Moesson. Iemand heeft de foto naar het Indisch Familie Archief gestuurd. Af- zender onbekend. Wat een toeval. Bij opa en oma stond ze ook altijd op de kast. Ik vind het echt een bijzondere foto. Niet vergelijkbaar met andere familiefoto’s die ik ken. Niks geen Djas toetoep, gewoon een totok in zijn slaapbroek, relaxed in de tropen.’
Fragmenten uit Vlucht in de werkelijkheid, waar mogelijk geïllustreerd met beeldmateriaal, bedoeld als impressie van mijn boek. Scènes uit Den Haag, voormalig Nederlands-Indië, Indonesië en Suriname. People, places and things: het decor van Vlucht in de werkelijkheid. In het tweede deel is hoofdstuk 2, pagina 16 van enkele foto’s voorzien.Één van de hoofdpersonen, Erik, mijmert over het oude familiehuis op Oost-Java uit hoofdstuk 1.
[2]
Op Oost-Java staat nog steeds het familiehuis dat het decor vormde van bijna alle verlovings- en trouwfoto’s van mijn Indische oudooms en -tantes. Hun kinderen zijn praktisch allemaal in hetzelfde huis geboren. Tijdens mijn eerste rootsreis naar Indonesië, in de jaren negentig, vond ik het woonhuis terug. Onherkenbaar verbouwd en uitgebreid. De Chinese bewoner wilde niet dat ik er rondneusde of ook maar in de buurt van zijn erf kwam. Hij verwees me naar het vierde grote huis in de straat: ‘Dáár woonden vroeger blanda’s.’
Het karakteristieke langgerekte Indische huis met witgekalkte muren, kleine oprijlaan met witte kiezelstenen, grote bloempotten, open voorgalerij, vloer met roodbruine tegels, broodoven, bijgebouwen en achtererf (zo groot als een voetbalveld, beweerde mijn moeder) staat nog steeds in Indonesië. Alleen weet niemand nog wat is bijgebouwd of gesloopt. Niemand weet nog wie daar vroeger woonde.
Het familiehuis in Mojokerto dat model staat voor het huis uit Vlucht in de werkelijkheid. Dit is de trouwfoto van de zus van de oma van de auteur: Eus Stok, die op 4 maart 1938 trouwde met Oscar Rudolph. De oma van de auteur staat uiterst links op de foto. De vader van de auteur is de jongen in matrozenpak, eerste rij, vierde van recht.Foto afkomstig uit de verzameling van Grace Rudolph (1943-2021).
De verlovingsfoto van de grootouders van de auteur langs vaderskant: Melanie Constance Stok (1910-1981) en Schelte Wouters (1901-1944). De foto is gemaakt voor het familiehuis in Mojokerto dat model staat voor het familiehuis in Vlucht in de werkelijkheid.
Ik kon me haast niet voorstellen dat mijn familie hier decennialang rondliep. De hitte, de drukte, de mensen die voortdurend iets van me wilden. Ik herkende het land in eerste instantie niet als het land van mijn ouders. Toch moest zelfs ik toegeven dat sporen uit het verleden nog zichtbaar waren, voelbaar. Op reis met de herinneringen van een ander. Op zak met een handvol foto’s van vroeger: de watertoren, de oude lagere school, de pasar, de jacht.
Watertoren Mojokerto jaren vijfig. De vader van de auteur Schelte Wouters (1932-2013), tweede van links.
De watertoren van Mojokerto (2019), aan de voet van het oude zwembad is onlangs verbouwd tot een monumentaal Islamitisch monument.
Simpangschool Soerabaja, jaren twintig van de 20e eeuw.De moeder van de auteur zat op deze school.
De oude lagere school uit Vlucht in de werkelijkheid: Simpangschool Surabaya (2019).De warings staan er nog steeds…
De jacht. Jaren twintig, 20e eeuw. Plantage Tjoeroeg Soekoredjo Kendal (Curug Sewu). Vierde van rechts de opa van de auteur Schelte Wouters (1901 – 1944) met twee van zijn broers (Joost en August).
Jaren later zag ik via Google Street View dat ik toen wel degelijk gelijk had: het huis met het langgerekte dak met rode dakpannen is duidelijk te zien vanuit de lucht. Gelegen naast de kampong, waar achtergebleven Indo’s nog steeds in vrij armoedige omstandigheden woonden.
Jl. Hos. Cokro Aminoto, Mojerkoto. Het tweede langgerekte huis links op deze Google Street View foto is het familiehuis dat model staat voor het huis uit Vlucht in de werkelijkheid
Fragmenten uit Vlucht in de werkelijkheid, waar mogelijk geïllustreerd met beeldmateriaal, bedoeld als impressie van mijn boek. Scènes uit Den Haag, voormalig Nederlands-Indië, Indonesië en Suriname. People, places and things: het decor van Vlucht in de werkelijkheid. In het eerste deel is hoofdstuk 53, pagina 125 van enkele foto’s voorzien.We volgen Erik wandelend door de binnenstad van Paramaribo. Het vertrekpunt is zijn logement aan de Costerstraat.
[53]
Via de Costerstraat, de Verlengde Mahonylaan, rechtsaf de Prins Hendrikstraat in en linksaf de Regentessestraat in, wandel ik naar de Julianastraat. Het had sneller gekund, maar dit is mijn route.
Julianastraat, splitsing met Koninggestraat waar zich onder meer het St Vincentius ziekenhuis bevindt. Op weg naar school of een ontbijtroti halen? Links rotishop Carili. Inmiddels verhuisd naar het pand aan de overkant.
De scholieren in uniform lopen naar de scholen in de buurt. Of ze houden zich op bij de rotishop Carili. Het is op dit tijdstip razend druk, net als tijdens lunchtijd.
Ik passeer rechts op de hoek van de Van Roseveltkade het huis van de grote dichter Dobru. Tegenover de Sommelsdijkse kreek. ‘Het huis dat verhalen vertelt, Erik.’
Dobru Oso. Voormalig woonhuis van de dichter Dobru.
Ik volg de slenterroute van mijn vader langs de Sommelsdijkse kreek met aan de rechterkant de Nederlandse ambassade. Het lijkt of ze leegstaat.
De ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Paramaribo.
Ik sla rechts af, de Grote Combéweg in. Bij Zus & Zo maak ik een foto van de beschilderde schutting van Surinaamse helden met op de achtergrond het witte houten huis dat ik zo mooi vind. Iedere keer dat ik hier ben is het vervallener dan de vorige keer.
Het portret van Dobru, het tweede van links, is gebaseerd op een foto die in de kapperszaak hangt waar mijn vader trouw om de zes weken kwam.
Robin Ewald Raveles: Dobru. 1935-1983.
Net als mijn vader slenterde Dobru vaak door de oude stad, herkenbaar aan zijn afrokapsel, zwarte snor en grijze baard. Op weg naar zijn werk in het Surinaamse parlement op de hoek van de Grote Combéweg en de Gravenstraat (Henck Arronstraat). Of je zag hem in het centrum met een kleine boekenvoorraad, die hij zelf ook verkocht en signeerde op scholen en bij evenementen.
Gerestaureerd voormalige Parlementsgebouw, hoek Henck Arronstraat en Grote Combéweg.
De dichter-politicus betaalde een maaltijd voor mijn vader tijdens de eerste moeilijke jaren van zijn terugkomst naar zijn geboortegrond van de opbrengst van zijn boeken. En mijn vader was niet de enige: iedereen die het nodig had kreeg wat toegestopt. Het was deze dichter die hem aanspoorde het contact met zijn familie te hernieuwen. ‘Opdat wij Suriname leerden kennen.’ Dobru’s dood in 1983 trok mijn vader zich daarom erg aan. Het waren de jaren dat zelfs mijn vader niet zeker wist of hij in Suriname wilde blijven. Maar hij bleef, ook toen de binnenlandse oorlog het nieuws domineerde. ‘Nederland is me te koud en de mensen zijn me te kil, gudu.’