Jimmy

Mijn trouwste metgezel van dit moment is Jimmy, een pracht van een kat van twee jaar oud. Een Maine Coon zonder stamboom, afkomstig uit Frankrijk.
Zijn bijnaam is zwerver, want sinds februari mag deze voormalige ‘binnenkat’ zelf in en uit het huis. En dat doet ‘m goed. Ik hoor van mijn buren waar hij zo nu en dan opduikt. Een veilig gevoel, want zo hoor ik nog eens waar hij zoal uithangt.
De laatste weken is hij al vroeg het huis uit en duikt hij plots op als ik onderweg ben naar mijn werk. Gemoedelijk begeleidt hij mij naar de bushalte. Vlak bij het kleine oorlogsmonument (waar de dorpsgenoten worden herdacht die het leven lieten in Nederland, Duitsland en op Java) blijft hij staan. Eerst omdat een grote rode kater dreigend naar hem keek. Later omdat het de natuurlijke grens van zijn territorium bleek te zijn: het monument, de brug en het stadhuis, vlak bij de dijk, de grote weg.
‘s-Avonds alls ik weer op weg naar huis ben springt Jimmy negen van de tien keren ergens vandaan om met te verwelkomen: etenstijd.

Virus

Op 4 mei hield mijn laptop ermee op. Geïnfecteerd door virussen waaronder het Sasservirus. Virusvrij, kon ik nog steeds niet het internet op. De virussen hadden namelijk tot ‘diep’ in het systeem schade aangericht. Dat is gekomen doordat ik de Windows updates heb verwaarloosd en hierdoor essentiële beveiliging heb gemist. Met mijn laptop zou ik immers niet het internet opgaan, maar sinds januari jl ben ik afhankelijk van deze computer. Terwijl ik dit schrijf wordt er druk gedownload. Ik zal er nog de hele avond mee zoet zijn, maar … ík kan weer het net op.

Verloren foto’s

Schreef ik eerder dat ik bij de verhuizing mijn archiefje van Indische familiefoto’s was kwijtgeraakt, nu kan ik vertellen dat ze terecht zijn.
“Die komen boven water, onverwacht, juist als je er niet naar op zoek bent.” En ja hoor, dat blijkt dus te kloppen.

Indische migranten?


Assimilatie, integratie en inburgering, thema’s op de 46e Pasar Malam Besar.
Over enkele weken verrijst op het Haagse Malieveld voor twee weken een ‘Indische stad’. Veel liefhebbers verheugen zich op dit jaarlijks terugkerend evenement. Door het hele land worden Pasar Malams georganiseerd die graag worden bezocht. De Haagse is de oudste en de grootste en heeft in het hart van velen een speciale plaats.
Het thema zal veel Indische mensen de wenkbrauwen doen fronsen.
“Indische migranten? Wij zijn Nederlanders hoor!”

Indische Nederlanders zien zichzelf niet als allochtoon. Strikt genomen zijn zij dat ook niet, al denkt het Centraal Bureau voor de Statistiek daar anders over.
De ‘successtory’ van de Indische Nederlander wordt er vaak bijgehaald in het debat over de (mislukte?) integratie in Nederland. Niet zonder trots wordt teruggeblikt op die tijd van toen: flink aanpoten, niet opvallen, doe maar gewoon en Soedah laat maar.

Voor mijn dochter van zeven is iedereen met een kleur een Chinees. Het geboorteland van mijn ouders noemt ze gemakshalve Chinesië. Vroeg of laat zal zij van Indië en Indo’s horen. Nu is het vooral iets van de buitenkant.
Ik was zes toen ik voor het eerst door een buitenstaander werd gewezen op feit dat ik een Indo ben (ik heb Indische ouders). Een buurvrouw die ons buurtkinderen niet kon uitstaan omdat wij zaten te klieren voor haar deur, riep me fijntjes toe: ‘Rot op, of ik schop je terug naar Indië.’
Een collega die mij complimenteerde met http://www.indischalbum.nl vond mijn fascinatie voor Nederlands-Indië wel frappant: ‘Leuk dat je je zo bezighoudt met Indië. Wat heb je met dat land? Je ziet er helemaal niet Indisch uit’
Blanke of bruine Indo, totok of weet ik veel, het maakt mij niets uit. Wie eenmaal gegrepen is door dát paradijs, laat het niet meer los.
Ik verheug me vooral op de bijdrage van Wieteke van Dort en Yvonne Keuls die een speciale voorstelling over inburgering zullen geven.

From Jakarta

Darian Sahanaja van de Amerikaanse band The Wondermints is afkomstig uit Jakarta, Indonesia.
Met zijn band begeleidt hij al een paar jaar Brian Wilson, de legendarische songschrijver, producer, arrangeur, maar bovenal oprichter van The Beach Boys.
Darian heeft een doorslaggevende rol gespeeld bij het live brengen van de muziek van het mythische, nooit uitgebrachte album Smile.
Het Smile album van The Beach Boys, bedoeld als opvolger van Pet Sounds uit 1966 wordt algemeen beschouwd als de Heilige graal in de geschiedenis van de popmuziek.
Anno 2004 brengt Brian Wilson Smile voor het voetlicht, en wordt de liefhebber een DVD én CD in vooruitzicht gesteld.
Het concert, afgelopen maart in Amsterdam, was briljant, ja zelfs magisch mooi (bestaat zoiets?).
Ik vraag mij af of Sahanaja in Indonesië enige bekendheid geniet. Hij verdient het.

Verder lezen? http://www.brianwilson.com

Foto – Het gedicht

Het motto op de homepage van http://www.indischalbum.nl is een citaat uit het gedicht Foto van Herman de Coninck. Op verzoek van velen hieronder de volledige tekst van het gedicht. Met dank aan Ad Gijselhart.

Foto

Weemoed is een foto van voor 20 jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu er rond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.

En omgekeerd. Want nu is maar even.
Is opschrikken en vragen:
waar waren we gebleven?
Bij jou. In Die Dagen.

Alles is ver. En de liefste dingen nog verder.
Maar door het verleden wordt het bij elkaar
gehouden, als schapen door een herder.

Herman de Coninck (1944-1997)

Uit de bundel “De Gedichten”, Arbeiderspers, Amsterdam 1998

Spoorloos


Sommige reacties op http://www.indischalbum.nl zijn onvergetelijk.
Zo werd ik eens gebeld door een dame van in de tachtig die een artikel over mijn website had gelezen in de Haagsche Courant.
Indië, daar had ze wat mee. Dat begon al op de Lagere school.
‘Meneer Wouters, het is goed wat u doet. De mensen moeten weten van onze geschiedenis in de koloniën.’
Ik kon allemaal fraaie plaatjes over Indië van haar krijgen.
‘Voor uw project. Het zijn namelijk plaatjes die ik heb uitgeknipt uit allerlei bladen van toen (ze noemde onder andere de Katholieke Illustratie).
Ze zitten in mijn werkstuk dat ik toen voor de oorlog over Indië heb gemaakt. Zo mooi. U mag het hebben. Alleen heb ik het niet meer. Mijn meester heeft het nooit teruggegeven. Achtergehouden. Hij noemde mij een arbeiderskind ziet u. Maar goed, ik zal u niet langer ophouden. Wij woonden toen in Gouda en hij woonde daar ook. Hij leeft natuurlijk allang niet meer, maar ik kan u zijn naam doorgeven en misschien kan u zijn familie opsporen?’