MSN

"Kijk een vlinder", mijn dochter van bijna 9 heeft het niet over de langverwachte boodschapper van de lente die voorbij komt, maar over het logo van MSN, waar ze sinds kort (thuis bij haar moeder) in de ban van is geraakt. Mijn kinderen bleken zo’n beetje de laatsten te zijn die nog geen MSN-account hadden. En dat vond ik eigenlijk wel best zo. Ze hadden wel e-mailadressen en mochten zo nu en dan online. MSN is natuurlijk andere koek en daarom is een snelcursus netiquette voor de kids wel zo handig: mijn dochter geeft namelijk makkelijk haar adres aan anderen. Op de sport, in het zwembad, overal waar kinderen elkaar ontmoeten en nieuwe vriendschappen ontstaan, worden eerst e-mailadressen uitgewisseld. Met als gevolg dat ze inmiddels bergen met onzin afbeeldingen toegestuurd heeft gekregen. Als overbezorgde vader die nog steeds kijk uit met oversteken roept, zijn de ‘online-gevaren’ van een heel andere orde.

Duncan Sheik

Wanneer hebt u voor het laatst naar muziek geluisterd? Ik bedoel echt geluisterd? Vaak genoeg staat muziek gewoon op, zonder dat we er werkelijk bewust naar luisteren. Totdat we in eens gegrepen worden door de melodielijn, het refrein, een mooi gitaarloopje of om het even wat. Ik heb dat met muziek die ik al jaren in de platenkast heb staan, maar ook met nummers die op de radio voorbijkomen. Zo kwam onlangs Duncan Sheik voorbij in het ideale zondagmorgenprogramma De Sandwich op Radio 2. Een Amerikaanse singer/songwriter die in 1996 debuteerde en wiens melancholieke songs mij die zondagmorgen raakten. White Limousine is zijn vijfde album, een prachtige schijf die ik voorlopig niet uit mijn CD-speler zal halen. Hoe is de muziek van Sheik te omschrijven? Sommige recensenten spreken van Nick Drake meets David Sylvian, anderen hebben het over Bittersweet or haunting songs van een supertalent. White limousine brengt je met 12 zorgvuldig gearrangeerde songs in een sfeer die je (ondanks de melancholie) niet wilt loslaten. Om een impressie van zijn kunnen te krijgen, verwijs ik naar de discografie op zijn website. Meer info vind je op: www.duncansheik.com Muziekkeuze van de laatste dagen: Hyachinth House, Ryan Adams, Winterpills, Brandi Carlile

Later als je dood bent

Uit: 2006

Deze dasspeld van Yogya zilver kreeg ik jaren geleden van mijn moeder. Zij kreeg hem op haar beurt weer van haar vader, Philip Pernet (1910-2002).
Wie dit krisje aan mijn opa heeft gegeven kan ik niet meer achterhalen. Een erfstuk? Wie zal het zeggen. De juwelier die het kleinnood indertijd reinigde was wel onder de indruk en had zichtbaar interesse. Ik hapte niet toe.
Ik bewaar de dasspeld in een klein doosje, bij de trouwring die ik niet meer draag en andere kostbaarheden ergens onder in een lade.
Mijn zoon die het doosje vindt, komt gretig met de buit naar mij toe:
“Papa, mag ik dit hebben als jij dood bent?”
“Uh, ik hoop dat dat nog heel lang duurt als je het niet erg vindt, maar het is goed hoor.”
Dochterlief heeft een aantal Indische boeken uit mijn verzameling al tot de hare gerekend. Dat scheelt later een hoop gekibbel. Ik heb geen antiek of oude sok met geld, geen aandelen of obligaties. Ook geen eigen huis meer. Er valt dus weinig te verdelen, behalve dan wat Indische kunst, boeken en CD’s waar de jongste van het stel briefjes met haar naam heeft tussengestopt.

De kleine krijger – Marion Bloem

Hoe zou het verder zijn gegaan met de Indische tweeling Nina en Boy? Zijn hun dromen werkelijkheid geworden? Ik vroeg het me meteen af nadat ik de nieuwe roman van Marion Bloem in één adem uitlas. Waarin een klein boek groot kan zijn. De kleine krijger speelt zich af in Nederlands-Indië tussen 1936 en 1946 en schetst, gezien vanuit kinderogen, een beeld van de ingewikkelde (standen)samenleving die Nederlands-Indië toen was. Veel van wat Marion Bloem beschrijft herken ik uit de verhalen van mijn familie en de vele boeken die over de voormalige kolonie zijn verschenen. Treffend is de schrijfstijl. Geen enkel moment zou je hierin de hand van een volwassene vermoeden. Het is werkelijk of de tweeling zelf aan het woord is en het maakt dat je Nina en Boy wilt omhelzen. Kinderen tussen tien en twaalf jaar zullen ondanks de ingewikkelde historie ongetwijfeld vallen voor het wel en wee van de Indische tweeling. Het leven vóór de oorlog, de Japanse bezetting, de bersiaptijd en het verlies van dierbaren, het komt allemaal aan bod in De kleine krijger. De reactie en de gevoelens van de tweeling hierop zullen herkenbaar zijn voor jongens en meisjes uit groep 7 en 8 van de basisschool. De kleine krijger is een onderdeel van het multimediale lespakket Onvergetelijk Indië dat KIT Publishers, de uitgeverij van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, ontwikkelde. Met dit lespakket wordt in één klap een hiaat in het onderwijsaanbod over Nederlands-Indië tijdens én na de Tweede Wereldoorlog gedicht.

Patrick Wouters _________________________________________________________________

Meer informatie? De kleine krijger is voor 5,95 Euro ook los verkrijgbaar bij de boekhandel (ISBN 90 6832 852 2) Op de website www.onvergetelijkindië.nl is meer te lezen over het lespakket. Op www.marionbloem.nl komt u alles te weten over het werk van Marion Bloem als schrijfster,filmmaker en beeldend kunstenaar.

Happy Days

Howard, Marion, Richie, Joanie, Chachi, Ralph Malph, Potsie en ……The Fonz. Zeggen deze namen u niets? Dan heeft u tussen 1974 en 1984 waarschijnlijk nooit gekeken naar Happy Days, een razend populaire Amerikaanse TV-serie waarmee Nederland eerst via de Belgische televisie kennismaakte en later via Veronica op Nederland 2. De Amerikaanse samenleving in de fifties en sixties geïdealiseerd in het wel en wee van de familie Cunningham. De figuur van Arthur "The Fonz" Fonzarelli was aanvankelijk een bijrol in de serie, maar werd uiteindelijk het populairste karakter van Happy Days. Acteur Henry Winkler is nog steeds op televisie en het witte doek te zien, maar ook actief als producer én regisseur. Het is dat Japanse toeristen riepen: Hey look there’s Fonzie, anders was ik hem straal voorbij gelopen in de straten van Los Angeles.

Verder lezen over Happy Days? Beeldmateriaal: © Patrick Wouters & ABC Televison Network

Proud to be Indo

In de tijd dat Den Haag nog niet de multiculturele samenleving was zoals ze nu is, wist iedereen wat een Indo was. Den Haag was de ‘kampong van Nederland’ en discriminiatie iets van andere tijden. Pinda, Poepchinees, Pelopper : schelden deed geen zeer. Oudere Indische mensen (die vertrouwde blik van herkenning) zeiden je nog gedag. Aan de Soestdijksekade op de kruising met de Escamplaan, in de nabijheid van de Fatimakerk en het Monnikendamplein, is de foto gemaakt waarop met witte verf op de kadewand is gekalkt: Indo’s ga weg!

Eens in de zoveel tijd duikt deze foto op in publicaties en op internet. Als illustratie bij een verhaal waar deze foto juist niet bij hoort. Op mijn favoriete Indisch nieuwssite http://indisch4ever.web-log.nl is een topic geplaatst over de herkomst van deze foto. Ik kom nog wel eens op de plek van de foto. Ik heb er vlakbij gewoond. De flats op de achtergrond staan er nog steeds evenals de woonboten met de bewoners die deze geschiedenis aan zich voorbij hebben zien trekken. Wie goed kijkt kan vaag de woorden lezen die er jaren geleden op gekalkt zijn. Of verbeeld ik me dat maar? Tussen pakweg 1957 en 1968 vestigden zich naar schatting 60.000 (!) Indische Nederlanders in Den Haag. Hoewel de stad een jarenlange traditie kende van verlofgangers uit de oost, drukte deze ‘invasie’ een enorme stempel op de stad. Misschien zou er iemand Proud to be Indo op willen kalken, want er is een nieuwe generatie opgestaan die zich roert en van zich laat horen. Je komt ze tegen bij Nasi Idjo, in het Indisch Huis en natuurlijk op de Pasar Malam Besar op het Haagse Malieveld.

Krontjongorkest Eurasia

Je komt ze nog wel eens tegen in de nalatenschap van een verzamelaar of op rommelmarkten: 78-toerenplaatjes met een fraai platenlabel in een bruinpapierenhoes. Edison Bell Radio was zo’n platenlabel dat zelfs ruimte bood aan krontjongmuziek.

Het Haagse krontjongorkest Eurasia mocht in 1928 in Londen een plaatopname maken in de Edison Bellstudio’s. Krontjong Toegoe (Lief Indië) en Krontjong Kemajoran (Nacht Sirenen) werden in bakeliet geperst. Een label in Art Deco stijl bezegelde de opname. Volgens de overlevering waren de jonge leden van dit gezelschap Indische studenten uit Leiden en Delft. Met optredens konden de studenten die financiële hulp nodig hadden, worden ondersteund . Naar het schijnt heeft Eurasia ook in Parijs en Boedapest opgetreden en zijn later ook Nina Bobo en Ramboet Itam, Matanja Galak aan het bakeliet toevertrouwd. Wie meer informatie heeft over deze legendarische plaatopnames en het orkest kan zijn of haar reactie hier onderaan plaatsen.

Ruis en gekraak begeleiden melancholische krontjongklanken terwijl de melodie mijn dochter van 8 aan ‘vroeger’ doet denken.

Lees ook: Somewhere in England