
Uit: 2006
Deze dasspeld van Yogya zilver kreeg ik jaren geleden van mijn moeder. Zij kreeg hem op haar beurt weer van haar vader, Philip Pernet (1910-2002).
Wie dit krisje aan mijn opa heeft gegeven kan ik niet meer achterhalen. Een erfstuk? Wie zal het zeggen. De juwelier die het kleinnood indertijd reinigde was wel onder de indruk en had zichtbaar interesse. Ik hapte niet toe.
Ik bewaar de dasspeld in een klein doosje, bij de trouwring die ik niet meer draag en andere kostbaarheden ergens onder in een lade.
Mijn zoon die het doosje vindt, komt gretig met de buit naar mij toe:
“Papa, mag ik dit hebben als jij dood bent?”
“Uh, ik hoop dat dat nog heel lang duurt als je het niet erg vindt, maar het is goed hoor.”
Dochterlief heeft een aantal Indische boeken uit mijn verzameling al tot de hare gerekend. Dat scheelt later een hoop gekibbel. Ik heb geen antiek of oude sok met geld, geen aandelen of obligaties. Ook geen eigen huis meer. Er valt dus weinig te verdelen, behalve dan wat Indische kunst, boeken en CD’s waar de jongste van het stel briefjes met haar naam heeft tussengestopt.
Hoe zou het verder zijn gegaan met de Indische tweeling Nina en Boy? Zijn hun dromen werkelijkheid geworden? Ik vroeg het me meteen af nadat ik de nieuwe roman van Marion Bloem in één adem uitlas. Waarin een klein boek groot kan zijn. De kleine krijger speelt zich af in Nederlands-Indië tussen 1936 en 1946 en schetst, gezien vanuit kinderogen, een beeld van de ingewikkelde (standen)samenleving die Nederlands-Indië toen was. Veel van wat Marion Bloem beschrijft herken ik uit de verhalen van mijn familie en de vele boeken die over de voormalige kolonie zijn verschenen. Treffend is de schrijfstijl. Geen enkel moment zou je hierin de hand van een volwassene vermoeden. Het is werkelijk of de tweeling zelf aan het woord is en het maakt dat je Nina en Boy wilt omhelzen. Kinderen tussen tien en twaalf jaar zullen ondanks de ingewikkelde historie ongetwijfeld vallen voor het wel en wee van de Indische tweeling. Het leven vóór de oorlog, de Japanse bezetting, de bersiaptijd en het verlies van dierbaren, het komt allemaal aan bod in De kleine krijger. De reactie en de gevoelens van de tweeling hierop zullen herkenbaar zijn voor jongens en meisjes uit groep 7 en 8 van de basisschool. De kleine krijger is een onderdeel van het multimediale lespakket Onvergetelijk Indië dat KIT Publishers, de uitgeverij van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, ontwikkelde. Met dit lespakket wordt in één klap een hiaat in het onderwijsaanbod over Nederlands-Indië tijdens én na de Tweede Wereldoorlog gedicht. 


Ik heb geen strafblad en nergens zult u iets lezen over Patrick W. te H. Ook zult u van mij nóóit foto’s aantreffen met een zwart balkje voor mijn gezicht. Nooit? Zeg nooit nooit! Ik beken meteen. Ik ben het op deze foto, pakweg 25 jaar oud en nog vol met idealen. De foto is gevonden in het archief van de Stasi, de gevreesde geheime dienst van de in mijn ogen verwerpelijke socialistische heilstaat die de (voormalige) DDR was. Tussen 1983 en 1985 vervulde ik als dienstweigeraar mijn vervangende dienst bij de vredesbeweging. Het was de tijd van de anti-kernwapendemonstraties en nog meer acties waarvoor ik toen de straat op ging. Van 1986 tot en met 1990 was ik bovendien bestuurslid. Het was ook de tijd dat de Nederlandse geheime dienst, de BVD, met regenjassen en al, belangstelling toonde voor bewegingen links van het midden. Het kantoor waar ik werkte is tijdenlang geobserveerd en telefoons werden daadwerkelijk afgeluisterd. Bij het pannenkoekenhuis op het Malieveld (bekend bij trouwe Pasargangers) liepen de heren in hun opvallende regenjassen de deur plat. Natuurlijk hadden allerlei geheime diensten interesse in mensen en organisaties die zich inzetten voor vrede en gerechtigheid. Neemt u van mij maar aan: er is weinig voor nodig om in het archief terecht te komen van een geheime dienst. Mijn foto en die van vele anderen is gepubliceerd in Over de Muur. De DDR, de Nederlandse kerken en de vredesbeweging van Beatrice de Graaf. De Graaf concludeert in haar promotie-onderzoek dat niet alleen de politiek, maar ook Nederlandse kerkgangers en vredesactivisten de jaren zeventig en tachtig de Muur tussen oost en west hebben doorbroken. Als eerste onderzoeker heeft De Graaf uitvoerig de Stasi-archieven onderzocht op spionage jegens Nederlandse personen en organisaties.
Mijn werkgever heeft wijselijk besloten de nieuwe spelling pas vanaf 1 augustus 2006 toe te passen.